Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

143

dus te mogen aannemen dat de zaak gesust is.

Zooeven sprak ik van Max von Schillings, den intendant van de Staats-opera te Berlijn, die voorstellingen zoowel in de hoofdstad als in de Residentie geleid heeft. Maar daar is nog wat meer en nog iets belangrijkers van te vertellen! Het gemeentebestuur van Amsterdam heeft den gasten een receptie ten stadhuize aangeboden en bij die gelegenheid is de waarnemende burgemeester de Heer Wibaut met een verrassende mededeeling aangekomen : er bestaan plannen te Amsterdam tot het stichten van een grooten modernen schouwburg en van een Opera, die wellicht de kunstinstelling worden zal waarnaar wij reeds zooveel jaren met verlangen uitzien! De correspondent van de Nieuwe Rotterdamsche Courant weet er het volgende van te vertellen: Het plan gaat uit van een klein gezelschap muziekvrienden, waarvan de Heer Bunge van de Wagnervereeniging de ziel is; sinds twee jaar is men bezig met de voorbereiding van de stichting van een nieuw modern operagebouw, waarvoor adviezen ingewonnen zijn van Professor Roller te Weenen en

uiiiiiituuiuiiiiiiiiiniHi min iim in ii rui m ■ nu ui m m 11 m ri m m n i n in 111 i»ni iu u m imuiii hiihiiiii ii iiHituHiHiiiHiHiuuiif n hi hhi m ihi itiitinu ut h hj nu iihiiiiii i 11 mi iHiMmniiinuiuiui hui mui i imiimmiiiii

NederlandscheToonkunstenaars-Vereeniging

OFFICIEEL ORGAAN

Professor von Lindenbach te München. Een prachtig orkest (Het Concertgebouw) en een uitnemend koor (dat van de Wagnervereeniging) twee zeer voorname factoren voor een Opera zijn reeds aanwezig. Thans is men aan de finantieele kwestie genaderd; reeds zijn belangrijke toezeggingen gedaan en heeft men te verstaan gegeven, dat de stad Amsterdam als het zoover komt haar plicht kennen zal. Er zullen groote offers gevraagd worden; dat men ze zich zal weten te getroosten. Immers een Opera — Max von Schillings heeft het terecht opgemerkt — is geen luxe-zaak, maar een zaak van beschaving; wie er zich tegen verzet dat een Opera flnantieel gesteund wordt door de overheid, zou zich evengoed kunnen verzetten tegen het feit, dat men geld disponibel stelt voor het instandhouden van musea.

Nu moet men natuurlijk niet gaan gelooven, dat wij binnen een paar maanden tijds in het bezit van een eerste-rangs Opera zullen zijn: wel is ons echter het uitzicht geopend, dat het in de toekomst goed worden zal. Laten wij ons daarover maar vast verheugen.

In vriendelijken dank voor de Bibliotheek ontvangen:

Van den Heer W. van Kalmthout: W. v. Kalmthout, Herhalingsoefeningen voor mijn leerlingen, 3e deel; en van den Heer W. Hutschenruyter: D. de Lange, Quatre pièces pour piano, op. 2, Paris, Maho; Oude klaviermuziek van Müller, Bertini, Ouslow, Czerny, Adam, Hummel.

K. A. T.

INHOUD.

Josef Pembaur, Over de poëzie van 't pianospel, (slot)

vertaald door Jacob Ros.

Personalia: Enrico Bossi +; Marie jaëll f. Boekbespreking .... Wouter Hutschenruyter. Belangrijke Data v> W.

Het praatje van de maand. Nederl. Toonk.Vereen. Officieel Orgaan.

Sluiten