Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

147

in een kort bestek een heldere uiteenzetting van de hoofdzaken der phonetiek, die van veel nut kan zijn, ook voor ieder die aan taalstudie doen wil. Dat Mevrouw Brom regelmatig spreekt van lipletters, tongletters enz., moge voor de beginnende taalstudent niet zonder paedagogiese bezwaren zijn, wie zal het haar kwalik nemen, dat zij in een boek voor een ander doel en groter publiek bestemd, het veel omvattende woord „klanken" vermijdt? Vooral voor een lezerskring, die zovaak met „klank" in andere betekenis te maken krijgt, is de term te ruim en onprakties. En met het onbeholpen „spraakklank" voortdurend te opereren past niet in de vlotte stijl, die de schrijfster hanteert.

Liever wilde ik Spr. en Z. volgen als een betrouwbare gids bij de beschouwing van de methoden der spraakdocenten, vooral waar zij gangbare uitspraak trachten te veranderen, of althans invloed daarop uit te oefenen. En zo het spreek- en zangonderwijs bezien als „taalzuiverende" kracht. Wat hier volgt, zal zodoende niet veel anders zijn dan een uitweiding bij meer terloops gemaakte opmerkingen in het vorige opstel.

Niet veel aandacht zal ik dan ook schenken aan het spraakonderwijs als therapie voor keelziekten, zoals die bij veel-sprekende mensen vaak dreigen of voorkomen. Tegenover de lof en dankbaarheid, waarmee men '.veel ex-patiënten over de resultaten hoort spreken, kan men moeilik scepsis volhouden. Toch geloof ik dit wel te kunnen zeggen, dat die mooie resultaten meer te danken zijn aan de rationale adembeheersing en -verdeling, die de spraakleraren hun leerlingen bijbrengen, dan aan de veranderingen in articulatie, die zij bij sommige klanken voorstaan. Wanneer de door nederlandse spraakleraren bevorderde articulatie dè ware was, en de „verkeerde", die zij bestrijden, heus uit hygiënies oogpunt verderfelik, dan zouden er verscheiden ongelukkige volken zijn,

waaronder keelziekten epidemies en chronies heersten. Verderop komt hiervan een enkel geval ter sprake.

Hier hebben we ons echter meer met de aesthetiese kant van de zaak bezig te houden. Want de spraakdocent neemt geen relativiteitstandpunt in ten aanzien van „mooi" en „lelik": welbewust tracht hij de uitspraak naar schoonheidsnormen te regelen. En het schijnt niet meer dan een gelukkige toevalligheid, dat het mooie altijd tevens het hygiëniese is.

Muzikale Emotie,

Mendl's artikel in de Chesterdan van December 1924 over de vraag wat nu eigenlijk de aard der muzikale emotie is, bevat verschillende interessante opmerkingen, die de ingewikkeldheid van het probleem en de ontoereikendheid van verschillende vroegere verklaringspogingen duidelijk maken. Zijn conclusie is, dat de muziek op een manier, die niet vergelijkbaar is met de werking van andere emotioneerende agentia, op de 'emotioneele zijde van onze natuur werkt.

Na op deze manier het terrein afgebakend te hebben waarop de oplossing moet worden gevonden, laat hij dit echter onbetreden, misschien omdat elk betreden ervan min of meer speculatief moet zijn.

Toch is het verlokkend enkele dingen op te merken, die met het ontstaan der muzikale ontroering-aandoening samenhangen. In het algemeen kan men aannemen, dat de componist de psychische energie tot het maken der compositie uit bepaalde psychische complexen verkrijgt, die ook bij de gewone mensch, de toehoorder, aanwezig zijn, al beschikt de componist over een samenwerking ervan, die muzikale uitdrukking mogelijk maakt.

Zoo komt men tot de vergelijking van de componist - en ook van de vertolker indien hij iets eigens geeft — met de

Sluiten