Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN hET MUZIEKCOLLEGE

235

vaardigheid, met het talent, iemand aangewaaid komt.

Men probeert het dus, men waagt het erop niet zoozeer met de kunst als wel met het examen. In het ontwikkelingstijdperk, dat het land nu doormaakt, maakt men on-redelijk veel van het examen en de graden, die tot vóór korte tijd gehouden en uitgereikt werden door muziekscholen in Engeland (door middel van een paar afgevaardigden naar Z. Afrika). Men laat zich voor die examens meestal niet opvoeden (o, het ideaal!) maar africhten in de meest bekrompen beteekenis van die term : nauwkeurig, zwart op wit worden een jaar te voren de boekjes, de oefeningen de toonladders aangegeven waartoe de examineerder vragen zal. En nu alle energie gericht op dit door de wet voorgeschreven en dus betrouwbaar.... betaalmiddel. Want, heeft men eenmaal het papier in handen dat verzekert dat N.N. in de muziek „licensed" is, dan heeft men groote kans om op het dorp Buffelsfontein de leidsman (of leidster) te worden op muzikaal gebied, en misschien zelfs „een goed leven te maken."

Ik behoef de kunstbroeders in Nederland zeker niet te waarschuwen dat zij niet afgunstig moeten worden op de toeloop van leerlingen naar de Kaapsche muziekschool: ook in Nederland groeien niet alle bloesems tot rijpe vruchten uit. Ook daar veel zelfoverschatting, gemis aan zelfkennis, van de eischen van ware kunst bij de jeugd (laatste getuige K.A.T. in 't Caecilia-nummer van 1 Dec. 1924). Wat de muziekschool te Kaapstad betreft, durf ik er niet borg voor te blijven dat meer dan zeventig (het oorspronkelijk getal van 1914) het tot die hoogte in de kunst zullen brengen waarop het aangenaam wordt iemand te hooren „musiceeren". Zou men dan, met behulp van „materiaal" uit die zeventig, het orkest te Kaapstad (dat nu voor driekwart uit Europeesche beroepsspelers bestaat) „Afrikaans" kunnen maken? Ik

kan de tijd niet „vooruitloopen" en sluit dus mijn opstelletje af, hopende hiermee de lezers van Caecilia een paar afdrukken van indrukken gegeven te hebben, die, zoo zij niet diep gaan op vakgebied, toch getrouwe weergave zijn van waarneming in een „nieuw land".

Stellenbosch, Z.-A. J. V. HARENCARSPEL.

Vraag en Antwoord.

Mevr. v. H. te H. vroeg:

Zijn het C-dur en het C-moll Konzert für zwei Klaviere van Bach oorspronkelijk voor 2 piano's geschreven, of waarvan zijn het anders bewerkingen?

Alleen het C-duur concert schijnt niet afkomstig van een violencompositie.

De soloinstrumenten zijn natuurlijk geen piano's, ook geen spinetten (clavichorden) maar klavicimbels. Cembalo was het concertorgaan, ook van Bach's huismuziek. Hier is een paragraaf uit de na zijn dood opgemaakte lijst van zijn bezittingen met de taxatieprijzen :

1 Fournirt Clavegin, welches bey der Familie so viel möglich bleiben soll 80 R.t.

1 Clavesin 50

1 dito 50

1 dito 50

1 dito kleiner .... 20

1 LautenWerck ... 30

1 dito 30

1 Stainerische Violine . 8 1 Schlechtere Violine . 2 1 dito Piccolo .... 1 8 Gr.

1 Braccis 5

1 dito 5

1 dito — 10

1 Bassettgen .... 6 1 Violoncello .... 6

1 dito — '6

1 Viola da Gamba . . 3

1 Laute 21

1 Spinettgen .... ^3

Facit . ' 371 R.t. 16 Gr.

(Lauten Werck: luitklavier of klavierluit).

Sluiten