Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

278

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

In Mei 1877 had weêr een groot Muziekfeest van Ned. toonwerken plaats te Dordrecht, waar o.a. Der Feenschleier van G. A. Heinze1), een symphonie van FransCoenenen een door de N.T. V. bekroond vioolconcert van W i 1 1 e m K e s, een bekroond quintet van C. Krill en een cantate: In 't Woud van Leo van Gheluwe werden uitgevoerd.

Hieruit bespeurt men dat de N.T.V. ook belangrijke werken bekroonde. Later heeft zij herhaaldelijk prijsvragen uitgeschreven.

In de algemeene vergadering werd M e y r o o s, die bedankte als bestuurslid, door C. van der Linden vervangen.

In de alg. vergadering van 1878 te 's Gravenhage werd door den uitnemenden muziekpaedagoog A1 e x. W. A. H e y b 1 o m een voorstel gedaan, om zich tot de Regeering te wenden ten einde een wettelijke regeling op het muziekonderwijs en het zangonderwijs in de Lagere Scholen te verkrijgen, daar vooral dat zangonderwijs te vaak aan geheel onbevoegden werd opgedragen.

Het Bestuur deelde mede, dat het zich reeds tot den Minister had gewend, maar dat Z.E. verklaard had, dat van hem geen wettelijke regeling van het muziekonderwijs te wachten was. Daarom zou het Bestuur ernstig overwegen of de N.T.V. dit niet zelf ter hand kon nemen, o.a. door het instellen van muziek-examens.

Tevens werd medegedeeld dat het Bestuur een uitnoodiging had ontvangen om bij gelegenheid van de Wereldtentoonstelling te Parijs een concert van Nederlandsche toonwerken te geven.

Dit schoone plan moest helaas! vervallen, omdat de Regeering niet bereid was, zelfs een kleine subsidie voor dat doel beschikbaar te stellen. Hieruit blijkt weêr

1) De echtgenoote van Heinze was een begaafde dichteres : Henriette Heinz e—B erg, die de teksten voor zijn oratoria, o.a. zijn grootste werk, Sancta Caecilia, schreef.

hoe weinig vertrouwen men, ook in Regeeringskringen, had, in de beteekenis van de Nederlandsche muziek.

Bij die gelegenheid werd een tweedaagsch muziekfeest gegeven, waar o.a. Holland's Glorie van Richard Hol en de Rubenscantate van B e n o i t werden uitgevoerd.

Den volgenden morgen hield D r. E. D. P ij z e 1 vóór de 2e uitvoering een vaak geestige voordracht, De Nederlandsche taal voor den zang, een onderwerp dat toen zeer actueel was.

N i c o 1 a ï bond in zijn tijdschrift Caecilia, tevens orgaan der N.T.V., ook den strijd aan in het belang van de Nederlandsche kunst.

In de rubriek der programma's uit de verschillende plaatsen van ons land controleerde hij scherp welke dirigenten geen enkel Nederlandsch werk hadden uitgevoerd en met een „handje" werd dan de snoodaard gesignaleerd. Later heeft dat „handje" dienst gedaan bij programma's waarop wèl werken van landgenooten voorkwamen, want dat aantal nam gaandeweg toe.

Meer en meer organiseerden de leden der vereeniging in hun woonplaats concerten met Ned. werken, doch op de programma's der groote concerten kwamen zulke werken slechts sporadisch voor.

De invloed van het streven der N.T.V. begon zich toch reeds te doen gevoelen, want toen in 1879, bij gelegenheid van het 50-jarig bestaan der M. t.b.d. Toonkunst, een driedaagsch muziekfeest te Amsterdam plaats had, in de groote ruimte van het Paleis voor Volksvlijt1) onder leiding van V e r h u 1 s t, was de tweede avond geheel gewijd aan werken van Nederlandsche componisten, n.1. Mis van Verhulst, De vliegende Hollander van Hol (met het gespierde matrozenkoor, dat ook thans

1) Toen besloeg nog geen schouwburgzaal de helf van de ruimte.

Sluiten