Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

45

van uitdrukken die in een opera een deugd kan genoemd worden. Hij weet recht op zijne dramatische bedoelingen af te gaan, blijft niet stilstaan bij dingen die er naast staan, kortom, hij heeft dramatische intelligentie, zin voor het passioneele leven, voor de liefde, voor de vrouwelijke gratie; wist ook een juist vocaal en instrumentaal evenwicht te leggen; zijn muziek is soms heel geestig. Wie denkt niet aan de acte van den duivel uit Grisélidis, in verschillende gedeelten uit de Jongleur de Notre Dame, in Sapho, le diner de Cadoual enz.

Na dit beeld van zijn muzikale hoedanigheden nog een levensschets. Zijn vader was officier van hoogen rang onder het eerste keizerrijk, en als oud-leerling van de polytechnische school had hij na het herstel het leger verlaten om in de industrie te gaan en was Mr. smid in de omstreken van St. Etienne, toen 15 Mei 1842 te Montaud (Loire gebied) als laatste zoon van een talrijke familie de toekomstige componist „Jules Massenet" geboren werd. Zijn kinderjaren verliepen wat avontuurlijk, daar hij in het ouderlijk huis de tegenslagen van de fortuin moest meemaken.

Hij begon met aan het gymnasiumorkest de triangel te slaan en in het Lyrisch theater de bekkens te bedienen. Toen hij op het conservatorium kwam, ontdekte men spoedig zijn muzikalen aanleg; op 11 jarigen leeftijd kreeg hij zijn eerste onderscheiding en in 1863, op 21 jarigen leeftijd, na de klassen van Laurent, Savard, Ambr. Thomas gevolgd te hebben, ontving hij achter elkaar de twee grootste onderscheidingen die een groote aanmoediging voor den jongen componist bleken te zijn: den len Fuga prijs en den Prix de Rome. Langzamerhand begon de fortuin hem toe te lachen. Hij bracht twee jaar door in Rome, Napels, Venetië en Florence, was daar met vrienden, en hoewel de jongste, niet de stilste, en in

Rome begon hij al het leven te leiden van een volhardend werker.

Een krabbel van Chaplain geeft Massenet weer op een tocht door het Romeinsche landschap, terwijl zij op een ezel zittend, Massenet bezig is een landelijke melodie op te schrijven die een herder op een fluit speelt. Van deze melodie heeft hij in de inleidende Pastorale van „Marie Magdeleine" gebruik gemaakt. Hoewel geen van zijn groote werken gedateerd zijn als in Rome te zijn geschreven, daar hij ze later pas publiceerde, componeerde hij zooals bekend is daar menige bladzij, die hij later wist te gebruiken.

In Parijs teruggekeerd in 1866, kwam hij ook terug in de realiteit van het leven, die niet zachtzinnig was voor jonge componisten. Al te kieskeurig was hij niet omtrent de plaats waar zijn werken uitgevoerd zouden worden, en gelukkig maar, anders zouden ze zeker niet zoo vlot opgevoerd geweest zijn. Het begin van zijn bekendheid was de uitvoering van zijn eerste orkest-suite, die Pasdeloup op zijn populaire concerten gaf.

Door de „Figaro" werd deze suite streng besproken, maar Th. Dubois opende een levendige polemiek ter verdediging, betuigende dat Massenet zelfs vrienden had onder concurrenten en mededingers, Kort daarop schreef hij Poèmes voor een zangstem met piano, o.a. Poème Pastorale, Poèmt d'Avril, Poème d'Octobre enz., een genre gelijkend op de cyclen melodieën, die ook Schumann componeerde (Frauenliebe und Leben). In Frankrijk waren deze vormen nog door niemand toegepast.

Deze pogingen bleken meesterstukjes te zijn en deze eenvoudige composities brachten hem er toe, deze fijne kunst te blijven liefhebben en toe te passen.

Wat b.v. in het Poème d'Avril klonk was niet ontstellend nieuw, maar de teere melancholische stemming bekoorde, en het succes bevestigde dit.

Sluiten