Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

60

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

In het werk van Massenet komt Maria Magdalena op den voorgrond en de antwoorden, die Jezus haar geeft zijn meer woorden van teederheid dan van geloof. Het heeft echter vele accenten van bekoring.

Ambr. Thomas was er zeer mee ingenomen en Bizet feliciteerde hem met deze woorden: „Nognooit heeft de nieuwe richting iets gelijkwaardigs voortgebracht. Je groeit boven ons uit." Ook zijn orkestwerken werden gespeeld; de Scènes Pittoresques, de 3e orkestsuite; Ouverture de Phèdre, Scènes dramatiques.

Hij liet in twee jaar niets van zich hooren, daar hij bezig was aan Le roi de Lahore, dat in 1877 opgevoerd, schitterend succes had. Door een ongeluk aan het decor dat nogal kostbaar was, en verloren ging, is later het werk niet meer gegeven. Het blijft evenwel een belangrijke schepping. Door dit werk kon zich de Fransche opera hernieuwen en verrijken. Men vindt hierin terug de traditie door Rameau en Lully gevolgd om de grootsche gebeurtenissen in het stuk te omlijsten door grootsche dansen, volksbewegingen, schitterende beelden. Het stuk speelt onder de bekoringen die de Hindousche mythologie aan Massenet kon suggereeren. De melodische inspiratie is hier frisch en jeugdig en het werk verbond hem weer met zijn herinnering aan de jonge dagen van „La Coupe du roi de Thulé" het werk van de prijsvraag, en verrijkt met zijn tegenwoordige inzichten kwamen de vroegere melodieën van „La Coupe du Roi de Thulé," weer naar boven, toen hij met Le roi de Lahore bezig was.

Het werk kreeg een levendige en zeer afwisselende orkestrale kleur, wat gezwollen in de zangerige gedeelten, maar het geheel vol glans en gemakkelijk gaande.

Menigeen vindt het misschien wat armoedig, dat Massenet wat hij bij de Errinyes gedaan had, nu weer bij de Roi de Lahore herhaalde, n.1. het gebruiken van vroeger

gecomponeerde muziek. Laat ik er mee volstaan, dat Gluck in zijn Fransche tragedies heele stukken overneemt uit zijn Italiaansche Jeugd-opera's en Berlioz aan zijn studietijd de mooiste thema's voor zijn symphonieën ontleende. Beethoven was ook een verzamelaar van muzikale invallen om ze later te ordenen en te gebruiken.

Handel pleegde vaak plagiaat bij zich zelf, en ook Bach gebruikte wereldsche aria's voor gewijd doel en om het hier bij te laten, stammen niet vele Prot. kerkgezangen af van wereldsche liederen?

Na den dood van Bizet kwam Massenet nog meer op den voorgrond, en na het sterven van Francois Bazin werd hij uitgenoodigd diens betrekkingen aan het conservatorium waar te nemen. In 1880 dirigeerde hij de gewijde legende „La Vierge". In 1881 ging te Brussel de „Herodiade" naar het verhaal van Gust. Flaubert. Hier vond hij een gelegenheid muziek van felle kleur te schrijven, en tegelijk putte hij uit de bron van inspiratie die hem ook de zangerige gedeelten van Marie Magdeleine had ingegeven en ook hier hadden de dichters Johannes den Dooper en Salomé ingevoerd, elkaar om beurten antwoordend.

Hierna kwamen nog de Scènes Napolitaines, en Alsaciennes, de scènes de feérie.

In 1884 ging de Opera Comique Mignon, dat zeer bewonderd werd en als het type van de meest samengestelde soort van zijn kunst kan gelden. Niet dat deze hoogere kwaliteiten laat zien dan bij vroegere werken, maar een zeldzame intellectualiteit spreekt uit dit werk, die zich uit, door de wijze, waarop hij de natuur van de heldin van het stuk heeft weten uit te drukken. De Fransche opera heeft zelden een werk van een zoodanige bekoring op hare repertoire gehad.

„Werther" stamt ook uit dezen tijd. Massenet heeft den nadruk niet op Werther, maar op Charlotte gelegd. De muziek heeft een innigen toon waardoor de

Sluiten