Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

71

De Werken van Josquin des Prés met een vluchtigen blik op den stijl van den op hem volgenden tijd

door

K. P. BERNET KEMPERS. III.

De teksten die Josquin vertolkt zijn veel woordenrijker dan die welke een latere generatie kiest, vandaar dat tekstherhalinlingen in één stem haast niet voorkomen; opvallend is de veelvuldigheid van berijmde teksten.

Ook komt het voor, dat verschillende stemmen niet denzelfden tekst zingen, zoo b.v. No. 21, waar het „alma redemptoris mater" met „Ave regina coelorum" gecombineerd wordt. Deze tekstvermenging is in het motet niets vreemds; de eerste motetten onderscheiden zich slechts door het feit, dat de verschillende stemmen verschillende teksten voordroegen van de gewone „Clausule". Het waren Conducten of Clausulen bij welker Duplum en Triplum (2e en 3e tegenstem) men afzonderlijke teksten gedicht had, die op den oorspronkelijken tekst (Mot) van den tenor (basstem) betrekking hadden, vandaar de naam „Motet".3) Het duplum heette, nadat het met nieuwen tekst voorzien was, „Motetus". Later verdween deze gewoonte, hoewel niet geheel. Een der schoonste en diepstgedachte voorbeelden van het motet met meerdere teksten is een compositie van Gombert, waar de zangers onder het motto „diversi diversa orant" (verschillende bidden verschillend) de teksten „Salve Regina", „Ave Regina", „Inviolata integra" en „Alma Redemptoris Mater", met hun liturgische melodieën tot een prachtig geheel samenweven. In Josquins „Deploration de Jean d'Ockeghem" zingt de tenor midden in den Franschen tekst: „Nymphes des Bois", in ten deele zeer

3) Verg. het artikel van V. Ludwig in Adlers Handbuch der Musikgeschichte. (Frankfurt 1924.)

lange noten: „Requiem aeternam dona eis Domine". Ten teeken van rouw is de compositie in de eerste uitgave geheel met zwarte noten gedrukt; het facsimile siert de vijfde aflevering. In No. 21, waar de nimfen door Josquin worden opgeroepen met hem te klagen, zingen tenor en sexta pars canonisch: „Circum dederunt me gemitis mortis", volgens een anderen druk: „Videte omnes populi, si est dolor dolori similis quem infans patitur, flagellis caesus, spinis confossus, ligno affixus. Hen, (heu?) flos Jesse languet, langues Jesu, et tuae matris animam doloris transit gladius". O bone et dulcis domine Jesu mengt zoowel het Pater noster (alt) als het „Ave Maria" met den door sopraan en tenor voorgedragen tekst. Ook in de Klaagzangen op Josquins dood vinden we voorbeelden: Vinders laat 2 stemmen, tenor primus en sexta pars 2 verschillende requiem-melodieën voordragen, Gombert vertrouwt de zesde stem het „Circumdederunt me gemitis mortis" toe. Zeer bevreemdend is daarentegen het begin van het tweede deel van „Tu solus qui fecit mirabilia". Het eerste deel eindigt met een bede aan Christus „exaudi quod supplicamus, et concede quod petimus, Rex benigne", dan stemmen bas en sopraan het begin van de Chanson: „d un autre amer" aan, tenor en alt vervolgen: nobis esset fallacia. En weer sopraan en bas „d'un autre amer", tenor en alt: Magna esset stultitia. Dan verdwijnt verder de fransche tekst. M.i. krijgt hierdoor dit gebed een streng persoonlijk karakter, met een toespeling op de aanleiding en blijkt toch in ieder geval weer hoezeer het componeeren voor Josquin „Herzenssache" was, hoe hij ook voor allerpersoonlijkst leed geen anderen weg weet om tot God te komen, dan door zijn kunst.

Zooals reeds werd opgemerkt komen tekstherhalingen zelden voor, zeer dikwijls worden groote stukken door alle stemmen gelijktijdig, syllabisch deklameerend, ho-

Sluiten