Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

leeren kennen en wij zullen dan in het vervolg de uitvoeringen meer bepaaldelijk doorloopen".

Helaas, de kroniekschrijver moest in zijn volgenden brief berichten dat tusschen de menuet en de finale van Beethoven's eerste symphonie Field's as duur concert en Rode's voor violoncel gearrangeerde g duur vioolvariaties waren uitgevoerd; hij meldde 't nog wel zonder een woord van ergernis.

Groningen had dus een prioriteit vóór haast iedere plaats in den lande verspeeld. Vijf en dertig jaren daarna verwierf 't er weer een: de sociëteit De Harmonie verschafte zich een vast orkest.

Maar — de jaarlijksche kosten bedroegen ƒ 5000 voor twee concerten per week. De quaestie van intermezzo's tusschen symphoniedeelen was verdwenen met de symphonie zelve; de verzorging der orchestrale muziek blijkbaar geheel aan een gezelligheidsinrichting gekomen, waarvan het bestuur gaf wat de ledenmeerderheid wenschte: licht amusement.

Zoo vond Bekker den toestand in 1867. Hij had te Middelburg als kind verbazend snelle vorderingen op de viool gemaakt, na zijn tiende jaar verder geleerd aan de Haagsche muziekschool, na zijn veertiende meegewerkt in de Koninklijke Kapel, na zijn zestiende tevens in die der opera, meteen bij Diligentia, van zijn twintigste tot zijn vijf en twintigste het mogelijke te Meppel beproefd als orkest- en koorvormer en organist, sindsdien meer en betrekkelijk veel bereikt in 't stadsmuziekmeesterschap te Gouda, maar, toen het spoorverkeer met Rotterdam en Den Haag, voor hem zelf gunstig, de plaatselijke belangstelling schaadde, gereedelijk den Groningschen post aangenomen, misschen ook getrokken door 't land van zijn geboorteplaats Winschoten.

Acht violen kreeg hij, vier aan weerszijden; alten, violoncellen en bassen waren er twee. De capaciteiten verschilden on¬

derling zeer maar kwamen gemiddeld nogal overeen met de salarissen, waarvan wij het totaal gezien hebben. Een overmacht in zijn auditorium verlangde niets beters en zeker geen muziek die 't avondgesprek zou storen. De Harmonie dreef op de wijnkurken, zeide men.

Bekker heeft wat hij behoefde voorzichtig en volhardend aangekweekt tot stevigen wasdom. Het ensemble werd vernieuwd en versterkt met goede krachten uit een door hem hervormde muziekschool, naderhand ook met voortreffelijke van elders: Bosmans, Dado, Snoer. Hij kon de bezoldigingen van zijn musici langzamerhand zóó vermeerderen, dat al hun betrekkingen voor uitmuntenden begeerlijk werden, hun aan hem te danken pensioenfonds boven de ƒ 25000 doen groeien, de strijkersgroep allengs vergrooten tot het dubbele van 't getal waarmee hij begonnen was, het zomerharmoniecorps in den lande beroemd maken, mede door zijn zettingen. Het symphonie-orkest, dat men naar de gebruikelijkheden van destijds weinig op reis noodigde, dus ver van ,,'t Noorden'' alleen bij reputatie kende, verdiende natuurlijk weldra zijn benaming ook in letterlijken zin: hij had de symphonie teruggebracht, stuksgewijs eerst, en spoedig compleet, zij het dan voorloopig enkel op „klassieke" concerten, waarnaast „populaire" kwamen. Hij wist een vrijheidlievend, zelfbewust, allerminst volgzaam publiek allengs op te voeden, won gezag en werd een bemind heerscher, die te bevelen had. Eens tegen 't begin van een feestuitvoering verrast door een luisterrijk podiumversiersel dat voor den klank hinderlijk scheen te zullen wezen zeide hij: wegruimen; men gehoorzaamde dadelijk en gaf hem gelijk.

Sinds 1873 dirigeerde hij te Groningen ook, als opvolger van Worp, het gemengde koor, dat zich naar hem genoemd heeft en het mannenkoor Gruno; sinds '83 te Leeuwarden, na P. Wedemeijer, de vroeger al

Sluiten