Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

89

Ter karakteriseering van het rhythme in de verschillende stemmen hebben de Duitschers een vreeselijk woord gevonden: men spreekt van de „Freischwebigkeit der rhythmischen Verhaltnisse", waarmee men bedoelt, dat de stemmen wel is waar in een bepaalde maatsoort genoteerd worden, in werkelijkheid evenwel geen constante maat hebben.

In het voorlaatste notenvoorbeeld zagen we reeds dat het voorschrift, allerminst een waarborg voor werkelijk tweedeelige maat is, evenwel is daar het driedeelige rhythme zoo sterk geprononceerd, dat we onmogelijk van „rhythmische Freischwebigkeit", of, om Hollandsch te spreken, van vrijheid van rhythmische accenten kunnen spreken. In een iets latere periode behooren langere phrasen die een uitgesproken 2 of 3 deelig rhythmisch karakter hebben tot de zeldzaamheden, door talrijke syncopen worden de maatstrepen verdoezeld. Josquins motetten hebben een meer geprononceerde rhythmische gedaante. Vóór alles moet men evenwel voor oogen houden, dat de maatvoorschriften bij den sleutel het innerlijke rhythme der compositie als samenklank aangeven, zoodat het contrapuntische weefsel der stemmen wel zware en lichte accoorden voortbrengt, dat evenwel dit teeken geenszins het innerlijke rhythme der afzonderlijke stemmen weergeeft. Als voorbeeld moge men den blik terug wenden naar het door mij medegedeelde sequensmodel uit Clemens N. P.'s „Angelus domini", waar twee verschillende 3 deelige rhythmen in de vier stemmen als samenklank een phrase in allabreve maat produceeren.

(Slot volgt).

* * *

Verbetering.

Blijkens Glarean: Dodekachordon en blijkens de handschriften in de Beiersche Staatsbibliotheek te München, is niet het vierstemmige Ave Maria (Smijers: no. la)

anonym, maar de zesstemmige bewerking (lb). Het vierstemmige is van Josquin. Waarschijnlijk hebben we hier met een drukfout in de nieuwe uitgave te doen (de bronnen worden nauwkeurig aangegeven) maar met een, die toch verbeterd moet worden.

Dit in verband met het in de 2e aflevering van mijn artikel, blz. 54 rechts boven, beweerde.

In het vervolg van mijn artikel (het nog niet verschenene) wordt eenige malen van „fusae" gesproken; dit moet „semi minimae" zijn.

K. P. BERNET KEMPERS. i i iiiiiiin in nu immuun urn i iiiiiiMiiiimmiiiiiimnmi

In de schaduw van den Huize Litolff te Brunswijk.

Wie dezen zomer in Duitschland gereisd heeft, moet wel opgemerkt hebben hoe het volk in al zijn lagen werkt, neen zwoegt, om zijn plaats onder de zon te heroveren. Wie, werkzaam in welk vak ook, zijn vacantie gebruikt om in dat vak zijner of harer keuze in het buitenland frissche indrukken op te doen, kan dan ook in Duitschland wel iets van zijn gading vinden. Zoo ging het mij ten minste. Na dagen van genieten in steden, bosschen, bergen, nam ik de terugreis naar Nederland over Brunswijk. In deze mooie, oude stad kan de muziekmensch zijn hart ophalen aan het Muziekboek. Want waar ter wereld wordt dat beter verzorgd dan bij Henry Litolff's Verlag?

Wij leven zoo snel, zooveel nieuws wil het oude verdringen, dat vooral het jongere muziek-geslacht wel eens mag vernemen, dat het de even goedkoope als degelijke voorziening van zijn muziekkast — instrumentaal zoowel als vocaal, klassiek en modern — oorspronkelijk heeft te danken aan genoemde firma Litolff. Zij toch was het, die nu meer dan 60 jaar geleden, in plaats van de tot dien tijd in zwang zijnde dure uitgaven van afzonderlijke mu-

Sluiten