Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

125

Rotterdam geregeld twee maal per winter een concert geeft, waarop bijna altijd nieuwe werken ten gehoore gebracht worden. Deze dagen ben ik nog in de gelegenheid geweest een Trio van den Italiaan Pizzetti te hooren, dat een zeer gunstigen indruk achtergelaten heeft, natuurlijk voor een deel ook te danken aan de voortreffelijke uitvoering.

ranuinii iiiiimiii iiinrfiiiiriiiiiiiiiiiiiiiJiii ui ■ i h m mri luinuitiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii u 111 iii m m ut iiu^hi 11 isi iiihi iitii 111 mi Boekbespreking door

WOUTER HUTSCHENRUYTER.

Rient van Santen: De Piano en hare Componisten. Gedeeltelijk vrij bewerkt naar Walter Niemann. — Den Haag, J. Philip Kruseman. Prijs, niet aangegeven.

Toen ik dit boek in handen kreeg, werd mijn nieuwsgierigheid het meest geprikkeld, door den ondertitel „Gedeeltelijk vrij bewerkt" enz. Ik was verlangend te zien welk standpunt de „bewerker" ten opzichte van den oorspronkelijken auteur had ingenomen, en heb daarom de eerste helft van het boek doorgewerkt, met dat van Niemann ernaast.

(Waarom alleen de eerste helft, daarover straks).

Ik kreeg den indruk dat de heer v. S. een zeer weloverwogen en even goed geslaagden arbeid heeft verricht. Hij heeft, in de eerste plaats, den bij Niemann zeer sterk golvenden stroom van breedsprakigheid, op doeltreffende wijs gekanaliseerd; daardoor de leesbaarheid bevorderd, zonder aan den inhoud maar iets te kort te doen.

Weldadig deed het mij aan, te mogen opmerken, dat de schrijver, hoeveel hij ook blijkt te gevoelen voor de muziek van onzen tijd, toch niet de kunst van vroeger negeeren, haar regelen en wetten afschaffen wil. Dat blijkt uit den zin (blz. 53):

„Het werd een tijd, waarin de werken „der toonkunst van welke soort ook, wer„den gebouwd onder waarschijnlijk eeu„wig geldende wetten van schoonheid" . . . enz.

Zulke, van helder verstand en ernstig denken getuigende zinnen troffen mij herhaaldelijk. Zoo (bl. 115—116) een uitspraak over de moderne Duitsche muziek, ook (blz. 180) over 't geven van titels aan muziekstukken die ze evengoed kunnen missen, en bovenal (blz. 213) de vermaning aan de Nederlanders. Moge die worden ter harte genomen!

Denzelfden wensch spreek ik uit ten opzichte van de waarschuwing aan de Nederlandsche componisten (blz. 236) die — in de bespreking van 't werk van Alex Voormolen — worden vermaand, zich niet, met handen en voeten gebonden, aan de moderne Fransche richting over te geven.

Hier ben ik reeds gekomen, vèr in de tweede helft van het boek; daarin laat de schrijver Niemann los, en gaat vastberaden zijn eigen, duidelijk afgebakenden weg. De karakteriseering van een aantal /componisten van verschillende nationaliteit, is scherp en mooi; vooral de hoofdstukken over de Nederlanders zijn met liefde en toewijding geschreven. Daaruit spreekt nationale zin, in de beste beteekenis; chauvinistisch wordt de schrijver nergens.

Men ziet uit het bovenstaande dat ik het boek hoogschat en ten zeerste waardeer. Ik ben overtuigd dat alle pianisten, na kennismaking, mijn meening zullen deelen, en raad allen, die zich voor een examen in de muziek bekwamen, ten sterkste aan zich het boek aan te schaffen. Een meer volledig beeld, vooral van den toestand hier te lande, zullen zij nergens vinden.

Niet immer ben ik 't met den schrijver eens. Zoo zou ik niet kunnen onderschrijven dat (blz. 69) de studiewerken van

Sluiten