Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

170

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

gewoon innemend was heel zijn persoonlijkheid. Dan was hij in het bezit van een baritonstem, zooals er eens een in de honderd jaar komt, wist hij zich met gemak op het tooneel te bewegen; zijn populariteit was even onbetwistbaar als gemakkelijk te verklaren. Och die vroolijke, gemakkelijk levende Orelio, kind van het Zuiden, was zoo weinig practisch, zoo weinig zakenman. Hij leefde gaarne zonnig-vroolijk, liet de duiten gemakkelijk rollen, had voor ieder medemensch, die in de penarie zat wat over. Dikwijls hebben wij het vroeger gezegd: als Jef niet oppast, zal het nog gek met hem eindigen, en het is uitgekomen ook! Orelio's laatste jaren zijn hard en uiterst moeielijk geweest. Ik weet het: Gij hebt gelijk, gij Hollandsche mijnheer, wanneer Gij me toevoegt: ,,dan had hij maar in zijn goede jaren wat verstandiger moeten zijn!" Maar zoo een vroolijke, levenslustige artist met Zuidelijk bloed in de aderen als Orelio, kón nu eenmaal niet verstandig zijn. Het geld glipte hem zóó gemakkelijk door de vingers, dat hij zelf er soms beteuterd van stond te kijken. Waar is dat nou toch in hemelsnaam gebleven, vroeg hij dan grappig verbaasd, als hij des middags uitrekende, dat hij des ochtends toch met een bankje van vijf en twintig in zijn zak geloopen had.

Orelio heeft zijn groote jaren gekend; hij had succes als niemand anders in onze Opera, was een zeer gezochte medewerker bij groote kooruitvoeringen, gaf lessen en op die manier kwam hij in bezit van een fraai buitengoed te Vucht bij 's-Hertogenbosch. Orelio was de grand seigneur en heel voortreffelijk speelde hij die rol!

Toen de zooveelste Nederlandsche Opera failliet gegaan was plaatste Orelio zich aan het hoofd van een nieuwe instelling, die natuurlijk ook weer mis ging en hem een boel geld kostte. Een reis door Indië bracht den jovialen kerel een enorm succes en tevens een meer dan behoorlijk burgermanskapitaaltje, maar ook dat was spoedig

verdwenen. Daarna kwamen de jaren, dat de stem van den grooten man niet meer geschikt was om de menigte in geestdrift te brengen en de oorlog was begonnen. Toen stonden de hoofden er niet naar zich lang bezig te houden met het wel en wee van een zanger, die al wat aftandsch was. De zware jaren voor Orelio waren aangebroken. De aanhankelijkheid van een paar oude vrienden heeft hem er nog doorheen geholpen.

Wie nu aldoor op zijn kinderlijke zwakheden terug wil komen, hij ga zijn gang, doch hij gunne mij dan de vrijheid te herinneren aan de groote eigenschappen die Orelio bezat, eigenschappen welke hem gemaakt hebben tot een figuur, die in de geschiedenis van de Nederlandsche Opera met eere bekend zal blijven. Zijn fout is geweest, dat hij het leven wat al te gemakkelijk dacht en veel van de vroolijkheid hield. Ik ken erger tekortkomingen!

Toen Steven van Groningen in 1924 de Muziekschool te Leiden verliet, na haar meer dan dertig jaar trouw gediend te hebben als leeraar en als directeur, om zich in de landelijke rust van Laren terug te trekken, opperde een van zijn kennissen al twijfel; Van Groningen uit zijn werk . . . dat zal hij niet lang uithouden. En het is uitgekomen. Te Laren is de bekwame pianist in de laatste dagen van Maart gestorven in den ouderdom van vijf en zeventig jaar. Hij was te Deventer geboren, ging als zoon van goeden huize naar de Polytechnische School te Delft, behaalde zijn diploma als technoloog en ging als zoodanig in Duitschland werken. Maar: de muziek had zijn liefde; piano spelen was zijn grootste vreugd. En toen nu op zeek'ren dag niemand minder dan Rubinstein hem aanried er de wetenschap maar aan te geven om zich geheel aan de kunst te kunnen wijden, gaf de jonge technoloog zich gewonnen. Hij ging een paar lessen nemen bij

Sluiten