Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

183

Onderscheiding.

De Fransche regeering heeft Willem Landré tot Officier d'Académie benoemd; eveneens Wouter Hutschenruyter. Een hartelijke gelukwensch zij hun ook hier gebracht!

iMiiiiiiiitniitiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiffliiiiiiiiiHiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiii iiiiiiiiiiniiiiii»

Oude muziekcolleges door S. KALFF.

II.

De auteur van dit spel, Jan Hermansz. Krul (hij was smid van zijn ambacht) was meer dichter dan musicus, en in de eerste hoedanigheid vruchtbaar genoeg. Zijn muzykspel zou intusschen bewijzen, dat er toen van een eigenlijk zangspel of opera nog geen sprake was; een muzikale vorm, die trouwens ook in het buitenland in zijn tijd nog in de eerste kindsheid verkeerde. Intusschen werd in De Navorscher (1852) het vermoeden geuit, dat de naam van zijne Muzykkamer, in onderscheiding van Rederijkkamer, duidde op het 17de-eeuwsche zangspel, in onderscheiding van tooneelspel. Waarschijnlijk werden in die kamer ook spelen vertoond ten voordeele van „de ouderloose Armen en Arme ouden der beyder Godshuyzen", gelijk Krul dat vermeldt in de opdracht van zijn werk Pampiere Wereld aan burgemeesters van Amsterdam. Voorts werd in De Navorscher de gissing geuit, dat deze Musykkamer in verband stond, of wellicht dezelfde was als het Orgel- of Muziekhuis (Domus Organica), waarvan Gottfried Hegenetius in zijn zeldzaam geworden werkje Rinerarium Frisico-Hollandicum bericht:

,,In dit huis mag men verscheidene en hoogst aangename concerten (consentus) van Musykinstrumenten en zoete geluiden dagelijks hooren, zoodat men misschien nergens zulk een Musyk van allerlei gereedschappen heeft bijeen gezien. De op-

rigter is Johannes Anthonissen van Alkmaar. Hij leeft nog en behoort bij de gemeente der Doopsgezinden, waarom men aan dit huis den naam geeft In de Menniste Bruiloft. Hij noemt het zelf het Huis te Zinnenlust. Onlangs heeft hij de volgende regels voor hetzelve geplaatst:

Heel boven op dit huis is 't als een Paradys, Daer is Fonteyn-geruys, snaer, pypen, soet gekrys, Begeert g'int huis te gaan, te hooren en te zien, Soo toont uw mildigheyt tot onderhout van dien.

Het feit dat Krul als de oprichter van de Musykkamer, en Anthonissen als die van het Huis te Zinnenlust werd genoemd, verzette zich intusschen tegen de onderstelling dat beide inrichtingen identiek zouden zijn. 't Laatste bestond nog in 1659 en werd toen bezocht door C. Merian, die verklaarde, dat men „darinne taglich eine herrliche Music horen, und allerley Instrumenta Musica, so sonsten nicht gemein seynd, sehen kann." Naar 't schijnt had deze inrichting nog eene voorgangster in het Huis Lustenburg, aan den singel buiten de Regulierspoort gelegen, dat reeds in 1622 bekend was en waar, evenals elders, op bepaalde uren van den dag gespeeld werd.

Later, omstreeks 1670, werd eene muziekherberg geopend door Richard Hancock, iemand van Engelsche afkomst, wiens ouders naar Nederland waren gekomen in een tijd, toen zich daar dikwijls reizende Engelsche komedianten ophielden. Sommige van de musicyns, welke aan die troepen verbonden waren, vestigden zich hier te lande en associeerden zich om op bruiloften en feestmalen te spelen, om serenades en aubades te brengen of binnenshuis muziek- of dansles te geven. De vader van Hancock, die de luit bespeelde, begaf zich met een paar van zijne landgenooten onder de leiding van den in zijn tijd vermaarden Franschen musicyn Nicolaas Vallet, en trok er met hem op uit telkens wanneer men hunne muzikale diensten van noode had. Zijn muziekherberg

Sluiten