Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

193

vertooning te willen doen voorafgaan door een reeks Spaansche Volksliederen met piano en met een stuk Psyché voor zang, viool, alt, violoncel, fluit en harp, alles van Da Falla. En met het uit twintig leden van het Concertgebouw saamgesteld orkest had Mengelberg de ouverture „Le Nozze di Figaro" van Mozart ten gehoore gebracht. Het succes is matig geweest. Da Falla's fijn-gevoelig werkje zal nooit het publiek bijzonder trekken . . .

Nu naderen de dagen dat onze orkesten weer lauweren gaan plukken: het Concertgebouw-orkest vertrekt binnenkort naar Brussel en Antwerpen, het Residentie-orkest naar Parijs tot het geven van twee concerten. Ons derde orkest: het Utrechtsch Stedelijk Orkest is de laatste dagen weer een beetje in opspraak geweest: de concertmeester Francis Koene en de 1ste violoncellist Eduard Ferrée — iemand van langen trouwen dienst — gaan het orkest verlaten; hun besluit is oorzaak geworden van heel wat rumoer dat — zooals het gewoonlijk gaat — ook weer vrij spoedig bedaard is. De zaak was heusch een beetje te veel opgeblazen; sommigen deden het net voorkomen of het vertrek van de beide genoemde heeren het Vaderland in gevaar zou brengen. Men moet niet overdrijven.

Dat een serieus en degelijk artist als Francis Koene het orkest verlaat valt te betreuren. Koene die zich meer en meer als solo-violist ontwikkeld heeft, is populair in de Bisschopstad. Men zou hem er zeker gaarne gehouden hebben. Edoch, hij kan in de groote wereld ergens een beter, een hóóger in aanzien staande positie krijgen; wat wonder dat de jonge man, die aan het begin van zijn carrière staat, die aanvaardt? De violoncellist Ferrée ziet, nu de werkzaamheden van het orkest zich gestadig uitbreiden, geen kans zich langer aan het orkest te wijden. Hij is te Utrecht de gezochte violoncelpaedagoog en kan zijn tijd dus wel beter gebruiken. Ten slot¬

te treedt Mevrouw Hutschenruyter in verband met haar leeftijd uit het orkest als harpiste. Het treft heel toevallig bij elkaar en het is te betreuren, maar geen reden om een mond op te zetten of het met Utrecht gedaan is. Voor Koene en voor Ferrée zal men een ander vinden — niemand is onmisbaar — en misschien zal die ander zich over zes maanden in ieders sympathie verheugen, zooals de weldra vertrekkenden het thans doen. Dat de leden van het Utr. Sted. Orkest hard moeten werken voor weinig geld is bekend. Maar: wat eraan te doen? Verder gaan met het geven van subsidie kon de gemeente niet; tot een sluitende begrooting komt men ternauwernood en onder die omstandigheden zou het niet mogelijk zijn het salaris van plus minus zestig musici ook maar eenigermate te verhoogen. Het blijft een zorgelijk bestaan. Voor het komende seizoen is echter een overeenkomst gesloten met de directie van de Italiaansche Opera, die het orkest voor dertig voorstellingen geëngageerd heeft; dat zal wellicht weer wat geld in het laadje brengen.

Zorgelijke omstandigheden heerschen in de muzikale wereld; ook in het amusementsbedrijf. Talrijke cafés en restaurants en bioscopen gaan zich een beetje beperken; dientengevolge moeten heel wat strijkjesmuzikanten met aanmerkelijk verlaagd salaris genoegen nemen en zelfs zijn er verscheidene werkloos. Voor die heeren moppenspelers is het vet van den ketel. . .

De door de directie van het Kurhaus te Scheveningen gepubliceerde lijsten doen zien dat er gedurende de zomermaanden muziek in overvloed te genieten zal zijn; een reeks bekende pianisten, violisten en zangers zal de Kurhaus-concerten komen opluisteren.

Uit het buitenland valt niet veel nieuws te melden; wij zijn nu in den overgangstijd: te laat voor concerten en te vroeg voor muziekfeesten; dies heerscht overal rust. Alleen is er veel te doen geweest over de

Sluiten