Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

kant verdrink je als je niet terdege oppast in de zee en aan den anderen kant (wijzende op het Kurhaus) verdrink je als je niet oppast in de muziek.

In het komende seizoen zal het overal, in alle steden gevaarlijk worden; ten minste dezer dagen verzekerde iemand, werkzaam aan een groot concertbureau, mij dat er voor Rotterdam nu reeds honderd en vijftig avonden genoteerd stonden.

Wat de opera's betreft: de Italiaansche Opera onder leiding van Mevrouw de Wed. de Hondt belooft goede krachten — niemand minder dan de beroemde Cobelli wordt geannonceerd — en zal geregeld gebruik maken van de diensten van het Utrechtsch Stedelijk Orkest; dat kan derhalve wat worden! De directie van de „Co-opera-tie" laat nog weinig van zich hooren; men is waarschijnlijk op zoek naar nieuwe krachten; vooral nu Mevrouw Liesbeth Poolman—Meisner haar praktijk in het buitenland gestadig ziet groeien — zij zal gedurende het volgende seizoen veel weg zijn — zal het noodzakelijk zijn met een paar nieuwe, goede zangeressen en zangers voor den dag te komen.

Waar wij in ons land gebrek aan hebben: aan een waarlijk goede operette. Men kan schelden zooveel men wil op al die prullige dingen die men dan tegenwoordig operette gelieft te noemen, een feit is het dat het publiek op een avond van vroolijkheid nog altijd gesteld is. Tot dusverre is het in Nederland altijd nog een vrij armzalig zoodje geweest die operettegezelschappen waar niemand bijster veel behagen in kon scheppen; het waren altijd orkestjes van zes of zeven man met een rammelkast van een piano erbij, er was zelden maar chique en fleurigheid in de aankleeding, het was derhalve in de meeste gevallen, laten wij het woord nu maar zeggen: een Schmiere boel. En daar is ons veeleischende publiek niet van gediend. Wanneer men mij dus zou willen

zeggen: een operette is in ons land immers nimmer goed gegaan, dan zou ik antwoorden: zeker, maar omdat er nooit een in alle deelen goede operette geweest is! Met goede angers en zangeressen, met een goed bezet orkest en een behoorlijke monteering biedt een operette veel kans op slagen en zeker in een stad als Rotterdam waar den ganschen dag zoo hard gewerkt wordt dat men des avonds meer gesteld is op een pretje, op een lachwekkend vermaak dan op zeer ernstig, diepe aandacht eischend kunstgenot. Men weet toch dat de grootste concertzaal te Rotterdam twee maal minder toehoorders bevatten kan dan de zalen te Amsterdam en te 's-Gravenhage, dat toch een honderdvijftig duizend zielen minder telt! En die grootste zaal van Rotterdam is alleen maar bij de zeven concerten van het Concertgebouw-orkest geheel vol, bij de populaire concerten van het Residentie-orkest en bij de uitvoeringen die Bernard Diamant met Excelsior geeft; bij alle andere gelegenheden blijven er altijd nog een paar honderd plaatsen onbezet. De uitgaande kring te Rotterdam is nu eenmaal naar verhouding tot andere steden buitengewoon klein. En daar houden de concertondernemers volstrekt geen rekening mee. Groot evenwel is het getal diergenen, die na een vermoeiende dagtaak zich met wat vroolijkheid verpoozen willen; inderdaad voor een goede operette zouden er talrijke klanten zijn.

De oogst die verschillende groote muziekfeesten dit jaar opgeleverd hebben moet al bitter klein geweest zijn. Ik kan mij geen feest van den Allgemeinen Deutschen Musikverein herinneren, dat zóó onopgemerkt voorbij gegaan is als het feest van 1926 te Chemnitz: toonaangevende Duitsche muziekbeoordeelaars hebben niet geaarzeld te bekennen dat de muziekfeesten van de vereeniging die eertijds met noviteiten van menschen als Richard Strauss en Gustav Mahler voor den dag

Sluiten