Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

249

waarde en beteekenis aan hechten. Wel is het het produkt van een fijnen en beminnelijken geest, doch niet meer dan dat. Natuurlijk is het dwaasheid bezwaar te maken na Goethe een dramatisch Faustgedicht aan te durven; het menschheidprobleem van hem, die „strebend sich bemüht" is eeuwig en zal door alle tijden heen den geest en de verbeelding van den dichter aantrekken. Doch wanneer men een eenigszins verwanten vorm kiest — ook al steunt Busoni op oudere Faustgedichten, vooral op het oude „Puppenspiel" — en meer door gelijksoortige situaties als het ware gedwongen wordt zjich te herinneren wat, als misschien geen ander werk der wereldlitteratuur, eigendom van iedereen is, dan voelt men dubbel het zwakke en min of meer krachtelooze van dit gedicht, ondanks het fijne en persoonlijke, dat het ontegenzeggelijk bezit.

Busoni en vooral zijn omgeving leed onder het feit, dat hij als componist bij de huidige muziekbeoefening vrijwel verwaarloosd werd. Nu is verwaarloozing op zich zelf natuurlijk geen maatstaf voor de waarde van een kunstwerk; zeer goed denkbaar en vaak is het voorgekomen, dat werk van beteekenis weinig bekend werd, wanneer de auteur uit schroom over zijn onbekendheid of wie weet, door welke andere rem zelf niet in staat bleek de juiste, onvermijdelijke wegen te kiezen. Daarvan kan bij Busoni echter geen sprake zijn; zijn naam was er een van wereldroep, dirigenten en executanten kenden hem en schatten hem hoog, velen hadden zijn vriendschap, althans zijn gastvrijheid genoten, bij zijn sterken persoonlijken invloed is het niet denkbaar, dat men aan zijn werk achteloos zou kunnen voorbijgaan. En toch, hoe moeizaam werd en wordt zijn werk verspreid. Het bewijst, dat de invloed, de naam van de persoonlijkheid een machtig hulpmiddel is en gezegend is hij, die er over beschikken kan. Doch het is slechts tijdelijk; de eigenlijke wervende kracht gaat

ten slotte toch alleen uit van de eigen, waardevolle kern van het geschapene!

Indien men nu met een enkel woord zou willen weergeven wat de verschijning van Busoni in ons huidige kunstleven zoo eigenaardig en uitzonderlijk maakte, dan zou men kunnen zeggen, hij was het type van den renaissance-mensch. Wanneer men de renaissance — oppervlakkig — definieeren wil als een poging tot herleving van de antieke met aanpassing aan de levensvormen van het toenmaals tegenwoordige, zoo zou men den renaissancemensch kunnen karakteriseeren als hij, welke in staat is een harmonische eenheid in persoonlijkheid, levensvorm en levensstijl te vinden. Dit alles vergt een zekere universaliteit, waarnaar Busoni zeker gestreefd heeft. Nog eer als een boekje over de eenheid der muziek ware het hem misschien gelukt iets over de eenheid des levens te schrijven. Een herleving van de antieke moest voor hem, den musicus, beduiden een herleving van een klassieken stijl en hieruit een vernieuwing zoeken voor onze huidige kunstopvatting. Zoo werd hij de veelgesmade en veelbewonderde Bachbewerker en Bachcommentator. Dit kwam uit een diepe, innige liefde en is misschien na de pianistische de sterkste zijde van zijn begaafdheid geweest. Hij benaderde de figuur Bach stellig niet als de schoolphilologen het doen, doch slechts bevooroordeelden zouden durven beweren, dat naast groote liefde ook niet groote kennis en nog grooter scherpzinnigheid hem leidden. De altijd zeer lezenswaardige commentaren bij zijn Bachuitgaven, zeer persoonlijk en vol geest, bewijzen steeds zijn helder begrip en zijn kennis van het klassieke lineare kontrapunt. Zijn uitgave van „Das Wohltemperierte Klavier" is voortreffelijk, om slechts het bekendste werk te noemen.

Steeds meer zich verdiepende in de muziek van dien tijd, ontwikkelde hij een eigen stijl, die alle elementen van dien oudere in zich opnam. Busoni had steeds

Sluiten