Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

284

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

gaven, vijf klokkenspelstukken en 't orgaan „Onze Torenmuziek". Voorts de wording en het succes der onderafdeeling Arnhem, bewijs van de beteekenis der plaatselijke kringen, die de stevige grondslag moeten zijn van de Nederlandsche vereeniging en ook van een internationale.

Een door den voorzitter toegelicht bestuursvoorstel om de vereeniging te doen optreden als vertegenwoordigster van Nederland in de te vormen federatie met een Engelsch, een Fransch en een Amerikaansch genootschap in wording en de Mechelsche Beiaardschool voor België werd op verzoek van den heer Brom aangehouden, omdat de Nederlandsche Klokkenraad allicht zal willen samenwerken.

Aan het bestuur werd machtiging verleend om met de firma Seyffardt een contract te sluiten dat het debiet van de muziekuitgaven der vereeniging kan bevorderen, vooral ook in Amerika.

Bij de rondvraag gaven enkelen voor een te verwachten statuten- en reglementsherziening in overweging de jaarvergadering te vervroegen en het contributieminimum (nu ƒ 0.25) te verhoogen. De heer van der Bolck, secretaris en afgevaardigde der onderafdeeling Arnhem, wenschte subsidie voor een verbetering aan het Arnhemsche klokkenspel. De voorzitter opperde het in Den Bosch al gedeeltelijk verwezenlijkte denkbeeld om tot bekostiging der beiaardconcerten een fonds te verzamelen, waardoor het inkomen der onderafdeeling uit contributies voor ander werk beschikbaar zou zijn.

Daarna sprak dr. A. Vas Nunes, bestuurslid, over klokkentonen en de waarde van wetenschappelijk onderzoek voor de speelklokkengietkunst. Hij bracht in herinnering dat wij, die voor tweehonderdvijftig jaren de grootste klokkengieters, de klassieke Hemony's hadden, thans het hoofdbestanddeel van het instrument onzer herleefde torenmuziek met leed in Engeland bestellen. Het verlorene kunnen

wij naar zijn overtuiging alleen herwinnen door een — volgens zijn indruk ook elders nog te weinig toegepaste — wetenschappelijke wijze van werken. De Vereeniging voor Nederlandsche Muziekgeschiedenis heeft in 1905 met een onbeantwoorde prijsvraag die richting gewezen, maar, met kennelijk gebrek aan natuurkundigen raad, te veel verlangd. Prof. Zeeman vestigde zijn aandacht er op voor zijn academisch proefschrift, en hij besloot tot een poging om uit te maken of ook voor klokken de wet der dynamische gelijkvormigheid van kracht is. Toongevende lichamen van gelijken vorm en gelijke stof staan met de trillingsgetallen hunner grond- en bijtonen tot elkander als hun afmetingen. Sommigen, ook eenige klokkengieters, meenden dat klokken, niet wiskunstig definieerbaar als ze zijn, geheimzinnig een uitzondering zouden maken op dien regel, dien de spreker demonstreerde met een paar glazen schijven, waaruit dunne glazen staafjes, loodrecht aan hun middenpunt vastgekit, en tusschen vochtige vingers gestreken, door longitudinale trilling sterke tonen trokken, en waarop Chladni's concentrische fijne zandcirkels te zien kwamen. De vermelde waan is door den eersten natuurkundige die zich aan ernstige klokkenstudie wijdde, lord Raleigh, niet gedeeld maar in zijn boek van 1890 ook niet weerlegd. Hij, Vas Nunes, kreeg gelegenheid tot een onderzoek van verscheidene Hemonyklokken in den Amsterdamschen Zuiderkerktoren, waar de metingen met eenvoudige hulpmiddelen van eigen (den verslaggever zeer vernuftig voorkomende) vinding en de toonwaarnemingen bij lastig straatrumoer en enkel met zijn gelukkig goed muzikaal gehoor moesten geschieden, maar toch afdoende gegevens verzameld konden worden om te bewijzen dat de wet der dynamische gelijkvormigheid ook voor klokken geldt en de basis der nauwkeurige praktijk van de Hemony's was. Licht-

Sluiten