Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

ren er geen gasten aan wie hij zijn gezelschap bepaald schuldig was, dan was hij gewoon om zich, zoodra het duister was, naar de oranjekamer te begeven, en wel zonder licht, om ... er een middagslaapjen te doen? — Neen, die gewoonte nam hij eerst op lateren leeftijd aan; maar in die kamer stond een klavecymbaal, en daarvoor zette hij zich neer om, niet zelden op zeer gelukkige wijze, den teugel te vieren aan zijne muzikale fantaziën".

Het gebruik van dit instrument bleef niet beperkt tot Nederland, maar drong ook door tot de Nederlandsche koloniën en de Nederlandsche gezantschappen in Oost-Azië. In zijne Zee- en Lantreize verhaalt Joan Nieuhof dat er ten jare 1655 voor de muren van de stad Canton door den Chineeschen onderkoning een „kostelijk banket" werd gegeven, niet zonder medewerking van die Chineesche muziek welke voor den vreemdeling in den regel ten volle ongenietbaar is. De Hollandsche gezant vermeende toen den Chineeschen potentaat ook eens eene proeve van westersche muziek te moeten laten hooren door personen uit zijn gevolg op de klavecimbaal te laten spelen. En dit klonk den gelen onderkoning „wonder aangenaam in de ooren". Althans, zoo werd verzekerd; de Chineesche hoffelijkheid was niet van de minste. De nestor der Indische kroniekschrijvers, de predikant Francois Valentijn, bracht op zijn uitreis naar Indië een klavecimbaal met zich, doch beleefde er weinig pleizier aan. Hij was vrij muzikaal ontwikkeld, hij had eene goede zangstem, bespeelde de viool en blijkens zijne Uiten Thuisreis, ook de klavecimbaal. Vermoedelijk was dit een van die draagbare kisten, welke bestemd waren om op een tafel gelegd en aldus bespeeld te worden. Bij zijne aankomst te Batavia werd hij met zijn gezin voorloopig gehuisvest bij zijn ambtgenoot ds. Hellenius, en hij schreef over dat logies:

„Ik was er, zoo 't de naam had, wel voor niet, dog 't kostte mij aan Geschenken veel meer als ik bij een ander zou

verteerd hebben, behalven dat de Juffer van den Huyze mij een Klavecimbaal, die mij zeer veel van 't fraey schilderen aan boord gekost had, tegen mijn wil en dank voor niet van 't hart bond, zonder dat ik naderhand gelegenheid had om een andere te bekomen".

Het spinet of klavecimbel bleef hier en daar in de huizen der Indische notabelen zijne plaats behouden totdat de piano begon ingevoerd te worden. De Indische hervormer Dirk van Hogendorp, indertijd resident van Japara (later een der generaals van Napoleon) was een van de eersten, die het nieuwe instrument uit het vaderland ontbood; hij schreef aan zijn jongeren broeder Gijsbert Karei van Hogendorp om hem eene fortepiano te zenden. Overigens was het vochtig-warme klimaat der tropen veelal verderfelijk voor zulke uit Europa ontboden of medegebrachte instrumenten, dewijl door eene langzame maar zekere inwerking de metaaldeelen aangetast werden door roest, de lijm werd opgelost en het hout verteerde. Dit gold voor piano's en klavecimbalen zoo goed als voor violen. Toen mr. Aernout van Overbeke, later president van den raad van justitie te Batavia, naar Indië vertrok, had men hem van te voren gewaarschuwd tegen de gevaren van het klimaat, welke zijne viool bedreigden. Hij kwam ook met een uit de voegen geraakt instrument te Batavia, doch het klimaat had daaraan geen schuld. In zijne Geestige en Vermakelijke Reysbeschryving leest men:

,,'t Is wonder, Mr. Butler had my gepropheteert dat myn Viool onder de linie bersten soude, het geschiede ook soo, want hy hing altoos voor mijn bed, daer ik 's avonds met een slinger, dryvende uytgeworpen wierd; ik uyt myn slaep schietende, vatte wat ik krygen kost om niet te vallen, ende het ongeluk wilde dat ik de Viool juyst greep, die met spyker met al gewillig volgde, en leelijk in de pleyster raekte door dese onverwachte val".

Sluiten