Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

23

of beter gezegd of niet beide, èn de canon van ± 1240 èn deze compositie van ± 1450 hun materiaal ontleenen aan een en hetzelfde volkslied.

Ik geef nu een poging om den oudengelschen text over de bovenstemmelodie der kompositie van het Locheimer Liedboek te verdeelen:

Waarschijnlijk evenwel hebben wij hier een instrumentale phantasie over dit lied voor ons.

De twee andere komposities zijn geheel noot tegen noot gecomponeerd, de melodie ligt in de sopraan. Ook hier weer zeer regelmatig gebouwde perioden van 8 maten, beide in driedeelige maat die voornamelijk bij de kandensen gaarne voor den zesdeeligen plaats maakt. Ze klinken, den tijd in aanmerking genomen, zeer goed.

Resultaat: Een voor practische uitvoering weinig in aanmerking komend boekje, dat evenwel de muziekhistoricus dankbaar aanvaardt, daar het hem in kennis stelt met de wereldsche liedcompositie (speciaal de Duitsche) van een tijd, waaruit ons slechts zeer weinig dergelijks toegankelijk is. Liederen als de laatst genoemden, „möcht ich dein begehren" en „der Winter will hinweichen" zijn rechtstreeksche voorloopers van Heinrich Isaac's Innsbrucklied. Het Locheimerliedboek is hoofdzakelijk belangrijk omdat het ons in kennis stelt met een groot aantal volksliederen uit de XVe eeuw en ook in deze meerstemmige liederen ligt de eigenlijke waarde in de heerlijke melodieën, die het ons overlevert. De contrapuntische bewerking is nog hoogst primitief en wekt alleen historisch interesse. Wanneer men dus de

woorden leest, waarmee de uitgever de voorrede besluit, meent men werkelijk zijn oogen niet te kunnen gelooven; daar staat: „Wir stehen an einer Zeitwende. Auch in der Musik zeigt sich deutlich das Ende einer alten und der Beginn einer neuen Periode; diese wendet sich wieder der Polyphonie zu . .. Bisher fehlt es uns aber |an einem Maszstab für echte Polyphonie, ■ (sic!) und wir können ihn nur an den polyphonen Werken der Vergangenheit gewinnen. Daher (N.B.) hat sich der Herausgeber dieser Reihe die Aufgabe gestellt, eine Auswahl deutscher mehrstimmiger Liedsatze in polyphoner und schlichter Satzweise einem gröszeren Kreise zuganglich zu machen".

We zullen ons van commentaar onthouden.

* * *

Wat nu de uitgave der Madrigalen van Dowland aangaat, deze voldoet niet aan de eischen die de muziekwetenschap stellen moet. Ten eerste ontbreekt een aanduiding van de origineele drukken of handschriften die de uitgever gebruikt heeft, ten tweede zijn in plaats van de oorspronkelijke Engelsche gedichten nieuwe Duitsche vertalingen ondergeschoven.

In de voorwoorden, waarop naar het schijnt deze firma groot gewicht legt,

Sluiten