Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

25

pen? Deze „klavieruittreksels der 16e eeuw" waren toch slechts surrogaat, „Ersatz". En er is zooveel origineele muziek voor luit, die meer verdiende toegankelijk gemaakt te worden.

Dowland zelf was in zijn tijd een beroemd luitenist en niemand minder dan Shakespeare behoorde tot zijn vrienden en ijverige bewonderaars. Hij werd 1562, in hetzelfde jaar als Sweelinck, te Oxford geboren, reisde langen tijd door Frankrijk, Duitschland en Italië, was luitenist aan het Deensche, later aan het Engelsche hof. 1597 promoveerde hij te Cambridge tot Doctor musicae. In het jaar 1626 stierf hij te Londen.

Vermeld mag nog worden, dat de uitgaven keurig verzorgd zijn, papier en druk zijn te prijzen.

luiiiiiiiiiiiiiiiiiuiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiuiiiiiiiiiiiin

Willem Pijper's derde symphonie.

De derde symphonie van Willem Pijper, welke in het begin van deze maand te Amsterdam gespeeld is door het Concertgebouw-orkest onder leiding van Pierre Monteux duurt slechts vijftien minuten. Dat is heel weinig voor een symphonie; ik geloof dat het welhaast een record mag heeten. En toch biedt Pijper's werk meer stof voor een beschouwing dan tal van andere werken die een geheelen avond vullen, In alle opzichten is deze Symphonie merkwaardig.

De meeningen waren verdeeld; naast mij zaten twee dames die eenvoudig hardop zeiden dat zij het niet langer wilden aanhooren; de menschen waren bepaald ten zeerste geïndigneerd en ik geloof heusch, dat zij net van plan waren om op te staan en boos weg te loopen toen een geweldig fortissimo een einde maakte aan het werk en het lijden van de dames. Mooi of leelijk? W^ie aan muziek de eisch stelt, dat zij wél moet luiden voor het oor (men zie de oude cathechismus van Lobe!) wie de felste dissonantiek niet verdragen kan,

geen oor heeft voor de nieuwe mogelijkheden welke als uiterste consequenties aanvaard kunnen worden, die zal deze muziek verwerpen en er zelfs misschien in woede over kunnen uitbarsten. Maar niemand kan er onverschillig bij blijven en niemand zal kunnen ontkennen, dat wij hier met iets zeer merkwaardigs te doen hebben, dat men voortdurend voelt welk een sterke persoonlijkheid zich in dit bondige stuk uitspreekt.

Allerlei gevoelens bestormden mij dien avond in het Amsterdamsche Concertgebouw. Vraagt men mij: vindt je dat nu mooi, is je dat nu dierbaar zooals stukken van oudere meesters je dierbaar zijn, dan antwoord ik neen. Ik ben er misschien te oud voor geworden, te zeer gehecht aan datgene waarmede ik groot gebracht ben; deze symphonie verplaatst mij vaak in een wereld waarin ik mij niet thuis gevoel, met het gevolg, dat ik een soort heimwee krijg naar mijn oude land. Dat zijn allen, menschelijk zeer verklaarbare gevoelens welke men echter bij het beoordeelen van kunst ten slotte toch het zwijgen op moet leggen. Immers zou het feit, dat ik mij in een land niet thuis gevoel, ooit een bewijs kunnen zijn, dat het in gezegd land niet deugt?

Wie ernstig, met inspanning en onbevooroordeeld naar Pijper's werk geluisterd heeft, moet gehoord hebben, dat er hier iemand tot ons spreekt met meesleepende overtuiging, iemand die zich schoone idealen gesteld heeft: weg de overtolligheid, weg de ijselijk geleerde, van de groote meesters nagevolgde doorwerkingen en bewerkingen, welke meerendeels doode symphonieën van drie kwartier en langer ten gevolge hadden. Hier is alles bondig, geen noot te veel; in vijftien minuten weet de componist volkomen duidelijk en juist te zeggen wat hij zeggen wilde. Er zijn tal van lange symphonieën, die ik best een beetje zou weten te bekorten; maar deze zeer korte symphonie zou geen drie minuten langer gemaakt kunnen worden. Dat

Sluiten