Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

53

beleeft op den bodem waarop zij geënt is, zoo zien wij het werk van Caplet rijker ontplooien, naar mate het in eigen omgeving was geconcipieerd.

Want al leefde hij langen tijd in de Parij sche „banlieue", zijn belangrijkste werk ontstond toch in de dagen van ontspanning welke hij steeds weer op de Normandische kusten en in hare landschappen doorbracht.

Zijn afgetrokkenheid van het bonte, luidruchtige Parijsche muziekleven had een innerlijke oorzaak.

Caplet hield van de stilte. Eens op een najaarsavond, het was eenige maanden vóór zijn dood, zouden wij hem bezoeken. Door de duisternis hadden wij in het dorp het spoor verloren. Van alle menschen kon niemand ons zeggen waar Caplet woonde en zelfs de bewoners der aangrenzende landhuisjes wisten zich dezen naam niet te herinneren. Toch, wij vonden zijn woning, onder wild groen verborgen. Caplet hield van de stilte; hierin was het, dat de stem der inspiratie het duidelijkst tot hem sprak en dat hij zijn gedachte het sterkst kon concentreeren.

Ook vond hij in de stilte de bezonkenheid van gedachte en diepte van zeggingskracht. Indien hij één ding veracht moet hebben, dan was het de uiterlijke schijn der dingen. Hij zocht noch de reclame, noch het effect noch het succes, maar wel een verinnerlijking van zijn leven en werk, dat steeg tot een hoog geestelijke uiting.

Hij bezat een uiterste consciëntie bij zijn scheppenden arbeid, welke zich uitstrekte tot de meest minutieuze detailverzorging. Zijn schrijfwijze getuigt dan ook van dat subtiele raffinement waarvan de Fransche geest doortrokken is.

Een techniek dus, gelijk die der middeleeuwsche miniatuurschilders.

De geest der mystiek, een andere verwantschap van Caplet's werk met de middeleeuwen, uit zich met bijna extatische ontroering in zijn: Messe, dite les petits de

St. Eustache-la Foret (een dorp in Normandië); Le miroir de Jésus en Trois prières. (Uitgaven: Durand).

Opmerkelijk is dat deze componist met uitzondering van één 4-mains, nimmer pianomuziek deed publiceeren. Evenmin is hij auteur van symphoniën of sonaten voor piano of piano en viool.

Caplet zocht zijn muzikale perspectieven in minder be- en ver-treden gebied: b.v. een Perzische suite voor 8 houten- en 2 koperen blaasinstrumenten; een Sonate di Chiesa voor viool en orgel; een Septet voor strijkkwartet en drie vrouwenstemmen . . .

Doch het is voornamelijk de menschelijke stem, die als een stralenkrans zijn gansche oeuvre omgeeft. Door dit meest expressieve en zuiverste aller instrumenten verklankte Caplet zijn hoogste visies en hij onderscheidt zich hierdoor van schier alle componisten welke sinds de renaissance leefden.

Hierin vinden wij opnieuw een subtiele affiniteit met de middeleeuwsche muziek waarvan men bij dezen componist een verbinding vindt met de hedendaagsche kunst.

Als hedendaagsch toondichter waren alle rythmische, melodische, harmonische en structuurproblemen van zijn tijd hem bekend en hij loste ze op met een meesterschap zooals het alléén aan de allergrootsten mogelijk was.

Hij onderging een belangrijken invloed van Debussy en is hem in harmonisch en vormelijk opzicht ontzaglijk veel verschuldigd.

Wederzijdsch dankt men aan Caplet de meerdere bekendheid van Debussy's werk, door orkestratie en arrangement van diens belangrijkste werken en ook door zijn werkzaamheid als dirigent. Vier jaren (1910—1914) kende het Amerikaansche publiek te Boston, Caplet als dirigent der opera, en het was ook hierin, dat men hem herkende aan de grootsche visie en wederom aan de bezorgdheid voor het detail. Naar aanleiding van een uitvoering der

Sluiten