Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

72

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

werden trouwens wel degelijk uitgevoerd.

En nu het recente geval, Caplet's „Miroir de Jésus". Het plan der uitvoeringen is zeer te begroeten, maar is men er werkelijk zoo afkeurenswaardig laat mee? Wanneer men bedenkt, dat dit werk in dezen zomer op het feest van de internationale vereeniging van moderne muziek te Zürich werd uitgevoerd en weet, dat daar geen algemeen bekende werken op de programma's komen, dan kan men niet anders zeggen, dan dat men in Nederland vlug heeft gereageerd!

De heer Monnikendam zegt, dat het interessant en wellicht nuttig zou zijn al deze dingen in een kaartsysteem of in tabellaria te vereenigen. Dat geloof ik ook. De resultaten zouden verrassend zijn, doch geheel anders dan de heer Monnikendam meent. Wanneer in tabellen werden gebracht de uitvoeringen van concertvereenigingen van simfonische muziek en kamermuziek ter vaststelling van het aantal audities van nieuwe werken van ,,over de grenzen" en men deed dit bij eenige gelijksoortige instellingen in — om bij de buren te blijven — Frankrijk, België, Duitschland en Nederland, dan zou zonder eenigen twijfel Nederland in vooruitstrevendheid verre bovenaan staan. Ik spreek uit jarenlange eigen ervaring; de heer Monnikendam geloove niet, dat ik een oratio pro domo houd, want ik deed niet meer of minder dan een ander. Het is overal in Nederland zoo.

Ik behoor waarlijk niet tot degenen, die alles in ons land zoo bijster goed vinden, doch de rechtvaardigheid gebiedt de stellingen van den heer Monnikendam teweerspreken. Dat de selectie altijd de juiste zou zijn — wie bepaalt de „juistheid", wanneer men medebelevende is? — beweer ik natuurlijk niet. Maar dat zijn verschijnselen die elders ook gelden; dat ligt in de natuur der dingen.

Men kan zonder overdrijving zeggen, dat in geen land van Europa zoo de aan¬

dacht op het nieuwe valt, zoover het de concertzaal betreft, als in Nederland. De schaduwzijde hiervan is, dat we dit met een jammerlijke eenzijdigheid moeten bekoopen. Van de muziekdramatische kunst heeft de Nederlander niet het geringste besef. Zijn achterlijkheid is in dit opzicht zoo beschamend, dat hier het „Europeesche Chineezendom" zich op bedroevende wijze manifesteert!

Berlijn, December 1926. JAN VAN GILSE.

*) al blijven toch b.v. Dresden's en Pijper's werken ten onzent niet onuitgevoerd.

2) al is in ons land ook buiten Amsterdam het een en ander van hem gehoord. (v. W.) wmmmmmmMmmmimiiamiiinmiiiiMiimmmimm iiiiihiiiiiiiiii iimiiiiiiiiiiiini

Boekbespreking

door

WOUTER HUTSCHENRUYTER.

Fifty years of Army Music by Lieut.Colonel J. Mackenzie-Rogan.

London: Methuen & Co. Ltd. (Prijs, niet aangegeven.)

Dit boek is de auto-biografie van een man die zijn taak liefhad en ze met lust, ijver en toewijding verrichtte, die onverdroten streefde naar het — voor hem — hoogst bereikbare; van een man wien vele talenten geschonken waren en die ze ook ten volle wist te gebruiken; die slag had met menschen om te gaan, veel gezien en beleefd heeft, en daarvan prettig en smakelijk weet te vertellen.

Hij geeft geen wijsgeerige beschouwingen ten beste, hij gaat zelfs niet eens erg diep. Maar hij geeft zich zooals hij is: eenvoudig, gezellig en oprecht, en daardoor is het lezen van zijn boek een waar genoegen.

Rogan stamt uit een soldatenfamilie; een van de mooie foto's die het boek versieren, toont hem — bejaard man — met zijn zoon, beiden in uniform, en heeft het onderschrift: de vierde generatie van een soldatenfamilie . . . en de vijfde.

Sluiten