Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

95

drie dagen al erg mooi; toen werden het er drie en vier en thans vindt men een week al volstrekt niet voldoende meer; men gaat nu feesten inrichten van drie weken en zelfs van een maand. Het rechte weet ik er nog niet van, maar wat men te Frankfurt ondernemen wil zal, als maar de helft van wat men ervan vertelt waar is, toch wel een record worden; een feest van als maar concerten en operavertooningen annex muziektentoonstellingen etc, etc. Alles bij elkaar net voldoende om een maand te vullen. Als het in dit tempo doorgaat zal het over vijftig jaar zoo zijn, dat het muziekfeest twee Januari begint en dertig December eindigt; dan hebben wij net het Oude en Nieuwe om thuis door te brengen. Hoe het met de Paaschdagen, de Kerstdagen en Sinterklaas gaan moet weet ik niet; dat moet men als het zoover is dan maar uitmaken.

Nog een paar weken en de Amsterdamsche muziekchef is weer op zijn post: Willem Mengelberg is, wanneer deze aflevering verschijnt, alweer op de boot om zijn taak uit handen van Pierre Monteux over te nemen. Mengelberg's plaatsvervanger zal er zich in dit seizoen stellig weer vrienden bij verworven hebben; hij is een dirigent van schitterende eigenschappen en tevens een man van een bewonderenswaardige veelzijdigheid, warm voorstander van de nieuwe richting, bewonderaar van de klassieke meesters „aus allen Herren Lander". Van harte roepen wij hem dus een vaarwel en een welgemeend tot weerziens toe.

De Italiaansche Opera heeft zich verdienstelijk gemaakt met de vertooning van een vrijwel onbekend werk „Iris" van Mascagni; een waarlijk keurige vertooning van een stuk, weliswaar geen kunstwerk van eenige beteekenis, maar toch effectrijk en boeiend om te zien en te hooren. Het is wel gek: heel het Nederlandsche publiek schettert altijd.dat de Operadirecties nooit eens met wat nieuws voor

den dag komen, dat men altijd maar naar hetzelfde moet zitten koekeloeren. Men vindt het eenvoudig niet te pas komen en heeft geen woorden sterk genoeg om het gedrag van de Operadirectie af te keuren. En als dan eindelijk eens zoo een directie de stoute schoenen aantrekt en met wat nieuws voor den dag komt, (wat onder ons gezegd een heele boel geld verslindt) dan blijven al de schreeuwers om wat nieuws rustig thuis en zeggen: wij wachten maar tot Carmen, Faust, Rigoletto of Bohème weer gegeven wordt.

Nog een paar weken en de groote pianowedstrijd te Warschau, uitgeschreven ter gelegenheid van de onthulling van een standbeeld van Chopin, is aan den gang. Jonge pianisten uit alle deelen van Europa zullen bijeen komen om zich aan de voordracht van uitsluitend werken van den grooten Pool te wagen; wie mededingt moet vrijwel het geheele oeuvre van den componist in het hoofd hebben, de jury geeft eenvoudig op: speel dit en dit en dit en dan moet de candidaat maar klaar staan. Voor zoover ik heb kunnen nagaan heeft er zich maar één Nederlander aangemeld: Theo van der Pas, hoofdleeraar aan het Conservatorium voor Muziek te Rotterdam, moet de eer van Nederland ophouden. Dat hij slage!

Natuurlijk hebben onze lezers al uit de dagbladen vernomen, dat wij het volgende jaar een eerwaardige Oude in ons midden zullen hebben: de „Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst" wordt dan honderd jaar; het schijnt dat Haarlem de oudste afdeeling is. Dat zou nu eens een gelegenheid zijn om er een mooi feest van te maken!

iiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiii iibmö^^ '""" ""'" '"'"""'""'li

Inhoud.

Max Orobio de Castro (met foto). Over geboorontwikkeling (Slot) . ]. H. Garms ]r. En bij den klank der Harp kwam vrede in 't gekweld gemoed des Konings,

Marg. Hankes Drielsma—de Krabbe. Kritiek en Antikritiek ...... Ottp Lies.

Belangrijke Data . . v. W.

Het praatje van de maand.

Sluiten