Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

126

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

ring" der dictie, mede begunstigd door neiging tot kerkelijke kunst, natuurlijk in een afstammeling van predikanten.

Niemann acht zijn kerkmuziek de duurzaamste, verzekerde zelfs dat ze (met die van Reger!) steeds modellen aan de protestantsche componisten zou blijven verschaffen, zooals die van Liszt aan de katholieke.

Rudolf Louis daarentegen vond zijn Christus-mysterium (dat wel de culminatie van zijn geestelijke werken zal wezen) een volslagen levenloosheid.

Niemann weer hield naar wij gezien hebben haast al het andere van zijn nalatenschap en speciaal het aan de piano toevertrouwde voor dood.

Ik ben nog niet in staat om naast beider meeningen de mijne te plaatsen; een daartoe noodige studiegelegenheid ontbreekt mij nu.

Maar ten opzichte van pianocomposities moet ik Niemann alvast ongelijk geven. Ik noem alleen Draeseke's e duur sonate. Ze begint met een motto dat door metrum en toon zou kunnen zeggen: ik zal niet sterven. Meditaties leiden evenwel tot somberheid en zelfs tot een rouwmarsch, maar een die triomfaal eindigt. Er volgt een fonkelende cis duur wals (voor 't gemak in des genoteerd). En dan opent het motto van den aanhef een enthousiastische, schitterende finale, die men ook afzonderlijk mag spelen, mits met weglating der teruggekomen meditaties uit het eerste deel, die, wanneer de herinnering er niet is, naar zijn gevoelen geen zin hebben en vervangen moeten worden door een korten overgang. Dit opus 6, vroeg ontstaan blijkens het cijfer, is nog zeer Liszt-achtig, maar tevens eigenaardig en soms groot van conceptie .vooral in den proloog. Het heeft, dunkt mij, niet weinig levenskracht behouden. Ik verbeeld mij dat ook menig later werk van Draeseke nog vitaliteit zal kunnen bewijzen.

Een bescheiden plaats voor de hoogst-

geschatte vergetenen van een nabij verleden — het refrein wordt eentonig en — zoo mogelijk! — des te minder doeltreffend. Evenwel is met de herhaling weer een kleine plicht gedaan. v. W.

,: -1! i:: i.', r.:!'. i: 11 l 11,11; i M i' M; i1 J i u;: i: 11.11;:! i i;. i l ; 11 m i:: i M M r.: i i : i l 11 n 11; i: 11, i n i m 111111!! 111 m 11111 i! ^ i'.; n i u i u n 111111 <:

Het Praatje van de Maand.

Het is dus waar: wij krijgen weer een Nederlandsche Opera! Het bericht is zooeven gekomen. Voorloopig zal het gezelschap gaan spelen van 24 April tot half Mei in de drie groote steden en in eenige voorname provincieplaatsen. Aan het hoofd zal staan de heer Herkemeyer, die tot dusverre administrateur van de Italiaansche Opera geweest is; als kapelmeesters zullen fungeeren de heeren Rudolf Tissor en Willem Lohoff en onder de medewerkenden bevindt zich de groote zangeres Maar, tje Offers.

Het mag wel een heele onderneming heeten; dozijnen Nederlandsche Opera's zijn in den loop van vijf en twintig jaar failliet gegaan; de Co-opera-tie sleept haar moeilijk bestaan voort op een wijze die aan groei of artistieken bloei niet sterk meer doet gelooven. Nu weer een nieuwe onderneming! Enfin wie niet waagt wie niet wint. Misschien lukt den heer Herkemeyer wat zoovelen vóór hem deerlijk mislukt is. In ieder geval zal hij naar onze bescheiden meening voor den dag moeten komen met nieuwe, zeer goede krachten; vooral nieuwe. Heusch, het publiek is er een beetje beu van geworden om ieder seizoen opnieuw dezelfde middelmatige zangers en zangeressen te moeten aanhooren. Alleen eerste rangs krachten zooals Liesbeth Poolman en Maartje Offers zijn in iedere opera altijd welkom, maar de mindere goden moeten, wil men den loop houden, geregeld om een zekeren tijd vervangen worden. Maar, hoe dan ook: het kindje is geboren, dus heeten wij het welkom. Afwachten hoe het groeien en zich ontwikkelen zal.

Sluiten