Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

131

Brieven uit Parijs.

Houdt U van Dostojewski, Tschechov, Turgeniev? Dan houdt U ook van de Russische muziek en van de Russische opera, 't Is alles aus einem Guss. En als U te Parijs woonachtig was, zou U zeker stamgast zijn van het kleine Russische restaurant in de rue Lhomond: ,,Le Cocq d or", een houten barakje in een Russische wijk. De wanden zijn er bont beschilderd met tafereelen uit het boek van Poushkin. Hier meent U Raskolnikov te zien, daar Roudine. In een hoek speelt een bescheiden balalaika-orkestje. Ook liederen worden gezongen. En als de stamgasten niet applaudisseeren is 't omdat 't hün muziek is, de uiting van hun eigen gevoelens. Ze brommen zacht mee en die intieme muzikale stemming die U bevangt, wekt in U een groot heimwee op, heimwee naar Rusland. Waar „Stimmung" zich niet aan critiek laat onderwerpen, door niets en door niemand en daarom zoo rijk aan innerlijke expressie is.

De eigenaar van dit houten optrekje, een goede zestiger, is een van mijn beste vrienden. Zooals vele adellijken was hij, zoon van een bekend Russisch schilder, genoodzaakt Rusland te verlaten. Ik had juist de concertuitvoering van ,,Le Prince Igor" bijgewoond en trad op den laten avond ,,Le Cocq d'or" binnen. Mijn Russische vriend zette zich bij mij. Toen ik hem vertelde van den grootschen indruk, dien „Prince Igor" op mij gemaakt had, speelde de balalaika de ouverture er uit. Alles zweeg en die bescheiden vertolking, in deze omgeving, gaf mij nog duizend maal meer genot dan daar straks Cyrille Slaviansky met het Pasdeloup orkest.

Dien avond heeft m'n vriend mij veel van Borodine verteld. Zijn vader behoorde namelijk tot zijn intimi. Ik zal hem dus thans aan het woord laten.

U verwacht zeker — aldus mijn verteller — dat ik U van de musikale loopbaan

van onzen grooten componist, voor wien U terecht een bijzondere vereering heeft, zal vertellen. U ziet hem misschien aan het hoofd van een onzer groote conservatoria of als dirigent van naam. Ik moet U helaas teleurstellen, Borodine was geen musicus zooals een ander, of liever gezegd, hij was niet alleen musicus. In de Russische wetenschappelijke kringen leeft Borodine nog steeds voort als chemicus van grooten naam. Heeft U ooit van een dergelijk musicus gehoord? Neen, niet waar? Wellicht denkt U, dat zijn ouders hem in zijn jeugd tot de academische studie gedwongen hebben, doch ook hierin moet ik U teleurstellen. Hij deed het geheel uit vrijen wil en werkte als student steeds met koortsachtigen ijver. Al spoedig stelde hij zijne collega's ver achter zich en hij was nog geen dertig jaar, toen hij in St. Petersburg tot professor in de chemie aan de academie voor geneeskunde benoemd werd. Behalve bekende figuren uit de wetenschap behoorden ook tal van menschen uit de kunstenaarswereld, waaronder Glazounow en Rimsky-Korsakow tot zijn uitgebreiden vriendenkring. Mijn vader placht van hem te zeggen: „Het is of hij twee personen in zich vereenigt, die buiten elkaar niet leven kunnen." En toch heeft Borodine heel weinig gecomponeerd, 't Kon ook niet anders: gedurende zijn heele leven werd hij zoo verschrikkelijk veel in beslag genomen door alles en iedereen; z'n haast overdreven goedheid deed hem nooit een dienst weigeren, aan wie 't ook was, iedereen vond hij de moeite waard, behalve zich zelf.

„Ach," zei hij wel eens, „ik ben maar een Zondagsmuzikant." Alleen als hij ziek was, en genoodzaakt het bed te houden, kwam hij tot componeeren. Maar daarna eischte de wetenschap hem weer op. Zijne composities vorderden dan ook zeer langzaam hoezeer Rimsky-Korsakow, zijn vriend en groote bewonderaar, zich ook moeite gaf hem er toe te brengen 't een of ander werk te voltooien. Steeds beloofde

Sluiten