Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

146

DE VEREEN1GDE TIJDSCHRIFTEN

BERICHT.

Ofschoon dit speciale „Beethoven"-num~ met nog met 4 pagina's werd uitgebreid, ontvingen wij zooveel herdenkings-bijdragen, dat wij alle andere stukken en vervolgartikelen tot volgend nummer moeten laten liggen.

IIIIIIIIIIIIIMIUIIBIIIillUIIIIMIIlUHIIIIIIIIIIIIIlm

Een weinig bekend Orkeststuk van Beethoven

door

WOUTER HUTSCHENRUYTER.

De muziekliefhebber die gaarne de catalogi van de uitgevers doorbladert, heeft onder het hoofd Beethoven wel eens gevonden Wellingtons Sieg oder die Schlacht bei Vittoria, maar gewoonlijk gaat zijn nieuwsgierigheid niet zóóver, dat hij wenscht te weten wat dat voor een stuk is. Zelfs onder de menschen van het vak vindt men maar een enkele die het kent.

Dat bijna niemand het in originali heeft gehoord is begrijpelijk, want het komt zoo goed als nimmer op de concertprogramma's voor. Ik zelf — en mijn herinneringen aan het openbaar concertleven reiken nu over ruim vijftig jaren — weet slechts van één enkele uitvoering te gewagen, en dat was er een die ik zelf leidde.

Het lijkt mij gewenscht, dat in deze herdenkingsdagen ook een woord aan dit werk worde gewijd; in de eerste plaats omdat het beeld van den kunstenaar, door het van alle kanten te belichten, steeds duidelijker omlijnd voor ons komt te staan, maar ook omdat Wellingtons Sieg zijn componist een succes heeft bezorgd, grooter dan dat van de meeste van zijn andere werken.

* * *

Wie een duidelijk beeld wil geven van het ontstaan van het stuk, moet uitvoerig spreken . . . niet van Beethoven, maar van zijn tijdgenoot en mede-inwoner van Weenen Johann Nepomuk Maelzel, den man

wiens naam wij lezen op de koperen plaatjes die de Metronome sieren.

Maelzel, die met Beethoven geregeld omgang had, en zooal niet tot diens vrienden, toch wel tot zijn goede bekenden behoorde, was de zoon van een orgelmaker. Zeer intelligent en zeer ondernemend, had hij een „kunstkabinet" geopend, waarin hij allerlei rariteiten ten toon stelde; voornamelijk automatische muziekinstrumenten en dergelijke producten. Men hoorde er een automaat-trompetter en zag er een dito — schaakspeler, maar het voornaamste resultaat van zijn werk was een soort van zelfspelend orkest — hij noemde het Panharmonion — dat stukken voor een volledig bezette harmonie-muziek liet hooren. Het bevatte trompetten en trommen; fluiten, hobos en clarinetten; ook bekkens, triangel en een groote blaasbalg.

Het was besloten in een betimmering die wit en goud beschilderd was, en behangen met roode en blauwe draperieën. Een cylinder, met stiften bestoken zooals in de Zwitsersche speeldoozen, bracht het toestel tot klinken.

Maelzel was er in geslaagd composities van Haydn, Cherubini, Haendel en Moscheles voor zijn instrument te verwerven, maar begreep zeer terecht, dat een stuk van Beethoven, die toen te Weenen het toppunt van zijn roem had bereikt, een buitengemeene aantrekkelijkheid zou zijn. Kort te voren had Wellington de Franschen bij Vittoria een gevoelige nederlaag doen lijden, en Maelzel trachtte Beethoven te bewegen dien veldslag muzikaal weer te geven. Dat klinkt vreemd voor ons, maar in dien tijd was het niets ongewoons; het veldslagen componeeren was mode, epidemie! 1)

1) Wie hieromtrent nadere bizonderheden wenscht te vernemen, vindt ze (beknopt) in mijn Programmamuziek (E. Wegelin, Amsterdam) en meer uitvoerig in Otto Klauweil: Programm-Musik (Br. u. H. — Leipzig) en in Fred. Niecks: Programme Music in the last four Centuries (Novello & Co., London).

Sluiten