Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

153

ten op aparte balken in de partituuruitgaaf, en stelde het Breitkopf en Hartel voor:

Die Orgelstimme von der Messe schicke ich ihnem insbesondere noch nach, wenn sie sonst sie nicht schon gestochen haben, ich möchte sie auf eine andere Art als bisher bei der Messe erscheinen lassen, ist aber dann sie selbe schon gestochen haben, so masz mann diesmal so hingehen lassen.

Hij schijnt het plan helaas niet te hebben verwezenlijkt, ofschoon het werk eerst in 1812 verscheen, en de firma hem bijtijds nog om de partij vroeg, blijkens zijn antwoord van 19 Febr. '11:

Wenn sie darauf bestehen, so will ich ihnen die Orgelstimme doch schicken — gleich Antwort, sie schreiben nichts, ob sie die Messe und Oratorium in Partitur herausgeben, und wann?

Vermoedelijk interesseerde hem toen de continuozaak niet meer zoo.

Maar later ging ze hem wèl ter harte. De partituur van de groote mis heeft op iedere bladzijde twee balken voor het orgel, onmiddellijk boven de twee voor de violoncellen en contrabassen.

Op den orgel-onderbalk staat een echte continuo, trouwe copie van de contrabaspartij, met veel dat voor het orgel niet geschikt en niet bedoeld is. Zóó was het gebruikelijk den organist, buurman van een contrabassist continueel georiënteerd te houden — hij leidde mee, maar kon — anders als in Engelberg — door den toenmaligen bouw van zijn instrument den maatslaanden aanvoerder meestal niet of moeilijk zien. Zwijgen de contrabassen, dan heeft Beethoven's continuovertolker rustteekens, behalve wanneer de violoncellen basis vormen of wanneer hij vocale stemmen door unisono moet steunen. Zijn medewerking omvat vijf functiën:

1. Hij leest, zonder te spelen, wat de contrabassisten doen, waaronder allerlei, dat hij niet of gebrekkig zou kunnen, bijvoorbeeld accentueeren, in de diepte tremoleeren, ver springen. (Senza 1'organo, zéér

dikwijls en lang in de groote mis, in de kleine minder).

2. Hij speelt alleen de contrabaspartij (Tasto solo, T. S., in de groote mis niet zooveel als in de kleine).

3. Hij speelt de contrabaspartij met haar bovenoctaven, in de kleine mis een door all' ottava gevorderde, betrekkelijk zeldzame verheldering, in de groote het steeds volledig uitgeschrevene, meestvoorkomende begeleidingstype, regel bij snelle basmotievenen passages, waartoe tijdelijk afwijkend accompagnement licht weer overgaat.

4. Hij versterkt zangthema's (en heeft dan in de groote mis eens de contrabaspartij niet) of orchestrale figuren, vooral der altviolen.

5. Hij vult harmonie, waarbij zijn accoorden gewoonlijk beneden de hooge sopraantonen blijven (volgens de notatie namelijk, want er zal op vier- en soms tweevoetsregisters gerekend zijn).

De harmoniezetting is meestal vierstemmig; ze brengt ook wel meer tonen, soms in een paar accoorden acht. Behoudens het vermeld uitzonderingsgeval heeft ze den continuo tot bas, met al het onorgelachtige. Die moet, gelijk men vanouds deed, op een handklavier worden gespeeld; dat bewijzen gevallen waarin de derde stem voor de linkerhand is en tertsen laat ontbreken, kennelijk alleen om decimegrepen te vermijden Eens, op een orgelpunt in de groote mis, vindt men pedaal subbas (tasto solo) voorgeschreven; enkele malen in beide missen organo pleno (niet pieno) con ped.

Beethoven gebruikt vooral in de groote mis het orgel haast uitsluitend bij forschheid. Nooit laat hij het een zachten strijkensembleklank effenen eh tinten, gelijk Bach herhaaldelijk — en Strauss tot karakteriseering der „Hintenweltler" in Also sprach Zarathustra. Nooit ook doet hij 't afzonderlijk gelden. Hij zorgt dat men het desnoods ontberen kan. Het was toen niet in de concertzaal of in den schouwburg en hij heeft daar uitvoeringen zijner missen

Sluiten