Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

160

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

Taub für des a u s z e r n Lebens wüstes Toben, Schliestzt er das O h r dem innern Leben auf; Wir seh'n ihn, schwindelnd, unserm Kreis enthoben, Ein neuer F 1 u g ist uns sein Schwachster

[Lauf.

Das F r e m d e zwingt er, freundlich sich zu

[einen,

Er f ü h 11 durch den Verstand, er denkt

[durch's Herz,

Er lehrt uns neuen Jubel, neues W e i n e n, Ein neu Gebeth und einer neuen Scherz.

Wir kamen her zu einen Todtenfeyer, Mit heil'ger T h r a n e n frommverspartem Rest; Wir s a h'n ihn, — und es reiszt der Grabesschleyer, Die Todtenfeyer wird ein Leben sfest!

Erlebt! — Eslügt, wer ihn gestorben

[nennt!

Der Sonne gleich, die kommt, entzückt,

[verklart, Und, — wenn ihr Tagwerk u m — sich van uns

[t r e n n t,

So k a m auch er — so ist er h e i m g e k e h r t !

Er 1 e b t! Sein Leben sind ja seine T ö n e, Das reiszt kein Gott mehr aus der Brust der Welt! Auf Enkel erbt sich's fort und Enkelssöhne, Die's wohl noch t i e f e r, als den A h n, beseelt!

Er 1 e b t! Ihr s a h t ihn, h ö r t e t ihn, und hört Nun wieder ihn, — mein matter Kranz

[verblüht:

Die e i n z ' g e Feyer, die ihn würdig ehret, Begeht er s e 1 b e r sich mit s e i n e m Lied!

Voelen wij Beethoven's muziek dieper dan zijn tijdgenooten? Wij willen 't hopen. Dit weten wij zeker: nieuw voelt haar iedere nieuwe tijd.

En wat is hij voor ons?

Bedoeld wordt met „ons" een menigte die van het muziekvoortbrengende heden telkens weer zegen wacht en telkens teleurgesteld in oprecht begeeren volhardt. Ons dan is hij verblijding en sterking, steun en toevlucht. Wij beseffen hem allen anders en kunnen elkander niet zeggen hoe, maar onder zijn gehoor bepeinst niemand zijn aphorisme: wij dwalen altemaal, alleen dwaalt ieder anders. Wij matigen ons van zijn kunst geen opvattingen aan: die werden ons gegeven. Ze laten zich door uit¬

verkoren vertolkers wel tijdelijk, misschien zelfs een enkelen keer voorgoed iets wijzigen, maar veranderen in den grond niet, zoomin als onze karakters. Ze zijn buiten woorden; dikwijls is beproefd ze te benaderen met vergelijkingen, landschap- en jaargetijde-verbeeldingen, anecdoten, novellistische schetsen, filosofieën; men is daar verliefd op geworden en aan het doorslaan geraakt; wat zou het? Praten wij verder ook niet van tijd. Het is immers bij hem meestal onmogelijk aan iets verledens te denken, evenals bij veel van den bijbel of Homerus, of Sophocles of Shakespeare. Zijn muziek als klank en vorm doet ons wel en als ethos nog meer. Wij voelen dat hij heeft gewerkt en natuur en leven genoten en gestreden en overwonnen en het goede schoone liefgehad en onvernietigbaar geluk veroverd, en dat hij geweest is gelijk wij zouden willen wezen en gelijk wij kunnen wezen zoolang als wij door hem aan onze kleine wereld en onszelven zijn ontvoerd. Stellig heeft niet alleen hij zulk een macht. Bach kan hooger zijn, Mozart ideëeler, ook in het doordringend smartelijke, Schubert zachter troostend, Chopin sensitiever en trotscher. Maar zijn macht is vertrouwelijk-groot en ons nabij, zelfs wanneer wij haar verre wanen; dadelijk over ons vaardig, ook wanneer wij haar werking niet hebben verlangd. Zij maakt ons blij der, moediger, sterker en beter. Dat duurt telkenmale maar een korte poos en dan lijkt ze verdwenen. Maar ze komt terug. En er gaat niets verloren.

v. W.

NlllllllllllllllilllllllilillNlillNltlllllim

Personalia.

Johan Schoonderbeek. f

Zijn goede vrienden en bekenden wisten het reeds lang, dat Johan Schoonderbeek niet gevallen was, zooals aan de buitenwereld medegedeeld werd, maar dat hem in de kracht van zijn leven een beroerte getroffen had. Dat is alweer bijkans anderhalf jaar geleden. Nadien zijn er wel we-

Sluiten