Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

178

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

ren is verondersteld) komt het meest élémentaire: de eerste streekoefeningen! Een herziene en gewijzigde uitgave van zijn opus 6. Het beginsel hierboven besproken, moet het jonge kind met zijn on- of weinig geoefend gehoor in toepassing brengen, door het voorschrift: „il faut corriger l'intonation". Dus het verplaatsen van den len vinger. Ook bij het aanwenden van den 2en vinger, als kleine seconde van den lsten vinger te plaatsen, wordt de getemperde ligging £' Jf.' en de normale J j" behandeld en beluisterd en de aan te brengen correctie door het „déplacement" verlangd. Zooveel mogelijk wordt de hulp der open snaar ingeroepen om corrigeerend op te treden. (Dit is op zichzelf nier een nieuw denkbeeld of toegepast hulpmiddel). Na hetgeen ik in den aanvang van dit opstel reeds over de moeilijkheid van zuivere snaren, het stemmen en de nog onzekere toonvoortbrenging van den „zuigeling" heb gezegd, stel ik de vraag, of het telkens verplaatsen, hoe weinig ook, van den steunvinger, die wel de zelfde noor aanduidt, maar niet den zelfden toon mag laten hooren, het zuiver spelen zal bevorderen?

Ik vrees met bange vreeze.

Het was mijn bedoeling het beginsel, dat aan Sevciks nieuw werk ten grondslag ligt onder de aandacht van belangstellende collegae te brengen en een verdere bespreking uit te stellen, tot het tijdstip, waarop het geheele werk zal zijn verschenen, dat vermoedelijk nog wel eenigen tijd zal duren.

De inhoud van de deelen II—VII is, verkort weergegeven, als volgt: deel Ha,: 256 rhytmische oefeningen, de kleine Seconde en Tritonus in G, C, F, Bes, ,D en Es. In Ilb: deze intervallen in A, A, E, Des, B en Ges; omvat 395 rhytmische oefeningen. Deel III: Het chromatisch verplaatsen. Overmatige seconde en streekoefeningen met legato, martellato, staccato, spiccato (!) en saltato (!). Deel IV. Dissoneerende accoorden. Deel V. Inleiding

tot de Positie's. Deel Vla. Voortzetting. 374 oefeningen. VIb. Andere toonaarden. 316 oefeningen. VIc. Voor dracht-Vibrato. Boheemsche melodieën. Deel VII. Chromatisch verplaatsen der vingers, controle door middel der open snaren. Met deze opsomming kan ik voorloopig volstaan 2). Het geheele werk zal waarschijnlijk als een verbeterde uitgave te beschouwen zijn van de werken opus 6 en 2, 8 en 9 en het vierdeelige opus 1.

Onafhankelijk van het uit te spreken en reeds uitgesproken oordeel, kan ik toch niet nalaten mijn groote bewondering uit te spreken voor den man, die van ver boven den middelbaren leeftijd tot zijn hoogen ouderdom van heden nog een ontwikkelingsperiode heeft doorgemaakt, waarvan hij ons het resultaat toont in zijn nieuw werk van 14 deelen. (Opus 11.) raiMpimnmiiiniMM^

Belangrijke Data.

1 April * Ferrucio Benvenuto Busoni 1866—1924.

* Franz Jozeph Haydn 1732—1809.

2 „ * Franz Lachner 1803—1890.

* Alexander Dimitriewitsch Oulibischeff 1794-^1858.

* Sergei Wassiljewitsch Rachmaninof 1873.

3 „ fjohannes Brahms 1832—1897.

fFriedrich Wilhelm Kücken 1810—1882.

4 „ * Hans Richter 1843—1916.

5 „ * Ludwig Spohr 1784—1859.

f Johann Anton André 1775—1842.

* Albert Roussel 1869.

fDr. Alphonsus Joannes Maria Diepenbrock 1862—1921.

6 „ * Johann Kuhnau 1660—1722.

* Friedrich Robert Volkmann 1815—1883.

7 „ fAntonio Diabelli 1781—1858.

* Willem Zonderland 1884.

* M. W. Petri 1853—1924.

8 „ fGaetano Donizetti 1797—1868.

f Charles Auguste de Bériot 1802—1870.

* Asger Hamerik 1843.

9 „ * Johannes Petrus Jodocus Wierts 1866.

10 „ *Eugen d'Albert 1864.

*Jos. M. Th. Orelio 1854—1926.

11 „ *Edmond d'Audran 1842—1901.

12 „ * Victorien de Joncières 1839—1903.

t Alexander Ritter 1833—1896.

2) Prijs per deel: 5 Zwitsersche Francs (ƒ 2.50).

Sluiten