Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

184

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

M.U.

Ik heb, vooral in mijn kwaliteit als muziekcriticus maar weinig op met liefhebberij-orkesten; men heeft er gewoonlijk niets dan last van! Wanneer er een uitvoering gegeven werd, plachten vroeger de heeren de muziekcritici uit te noodigen en wanneer dan de critici onbewimpeld hun oordeel uitspraken waren de heeren boos. Toen mij eens een van die bestuursleden vroeg: „waarom moest dat nu zoo afgebroken worden, wij doen het toch maar voor ons plezier," heb ik hem ten antwoord gegeven: zeker, U doet het voor Uw plezier, maar U hebt gedacht, dat II het bovendien voor mijn plezier zoudt doen en dat is verkeerd geweest.

Inderdaad: bij zulke uitvoeringen van liefhebberij-gezelschappen, waar wel buitengewoon veel van de welwillendheid geeischt wordt, hoort de critiek niet thuis, waarmede ik echter geenszins zeggen wil dat er geen liefhebberij-orkesten bestaan die tegen ernstige critiek bestand zouden zijn! Ik weet er al dadelijk een te noemen

J.C.A.

en wel de Vereeniging „Musica" te 's-Gravenhage (onder leiding van den heer Koeberg), waarvan wij hier een foto geven, die na de uitvoering van 6 Februari jongstleden gemaakt is.

Ruim een jaar geleden was er te 's-Gravenhage een vleugelpiano uitgeloofd voor den besten leerling van het Haagsche Conservatorium voor Muziek onder leiding van Siegfried Blaauw. Ik maakte deel uit van de Jury en hoorde toen niet zonder angst en vreezen, dat de leerlingen, die een deel van het Concert van Schumann moesten spelen, begeleid zouden worden door de orkestvereeniging „Musica". Maar het duurde niet heel lang, of mijn angst verdween, maakte plaats voor bewondering voor hetgeen Koeberg met dit ensemble heeft weten te bereiken. Onlangs moesten de drie beste vioolleerlingen van hetzelfde Conservatorium om een ter beschikking gestelde viool kampen; weer maakte schrijver dezes deel uit van de Jury en wederom begeleidde „Musica", nu nog beter, nog ge-

Sluiten