Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

208

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

termen of muziekwoorden, en vertelde van een Engelsch nieuw uurspeelwerkstelsel iets dat wel onbegrijpelijk zal wezen voor ieder die niet aan een (door Gillett en Johnston in 't Bossche programmaboekje geadverteerd )electrisch mechanisme denkt. Ook nam zij geen kennis van de goede verandering in den toestand onzer torenmuziek. Het laatste vooral is jammer. Maar negeering van de winst kan wel eens beter wezen dan overdrijving. En op den zweem van blaam voor de Hemony's na zijn haar andere fouten zeker nogal onschadelijk. Weinig hindert ook een niet licht door velen gedeelde voorstelling van hulpvaardigheid der Engelsche klokkengieters bij wie de Nederlandsche volgens haar in eigenlijken zin op te vatten bedoeling moesten gaan leeren. Men mag het boek wel aanbevelen. Oningewijden kunnen er heel wat uit te weten komen, op een prettige manier.

Tot de beiaardlitteratuur behooren ook de programmaboekjes. Al jaren komt de Mechelsche zomeraankondiger van klokkenavondconcerten; ditmaal toont zijn gewaad den Romboutstoren maanbeschenen in affichestijl, en hij brengt portretten van Denijn (dien men ook ziet musiceeren) en van de hulpbeiaardiers Nees en Lefevere, foto's van het torenklavier en de klokkenkamer ter plaatse, het beiaardschoolgebouw en 't gezicht daaruit op den toren; het belfort van Komen vóór 1914, een klokversiering en -opschrift van P. Hemony, de middeleeuwsche miniatuur die koning David klokkenspelend verbeeldt, berichten in 't Nederlandsch, Fransch en Engelsch over Denijn's op zijn aandringen niet gevierd jubileum, zijn reis naar Amerika, waarheen hij 2 September vertrekt tot inwijding van Albany's beiaard en andere bespelingen, zijn geschriften, dr. Van Doorslaer's publicaties, Verheijden's nieuwe boek en dat van Rice met de vertaling, de muziekuitgaven der Beiaardschool, die tusschen de Maandagavonden van Denijn geeft.

En ook is er de verleden jaar voor 't eerst verschenen Bossche bode der Don-

derdagavondklokkenaudities, in schemergrijs nu, met penteekening der St. Janskerk door Piet Slager. Van de kathedraal biedt H. J. M. Ebeling geschiedenis en, bij mooie foto's, beschrijvingsindrukken. Van de stad beschouwen wij nog 't geheel in vogelvlucht, den gevel der St. Antoniuskapel, de markt en een der schilderachtige hoekjes langs de Binnendieze. De carilloncommissie der vereeniging 's Hertogenbosch' Belang verhaalt hoe spoedig het nieuwe St- Jansklokkenspel de verdiende waardeering verwierf en geeft het zeer ontvankelijk gebleken publiek raad; de beiaardiers Nees, Van Geysighem, Dierick, Timmermans en Meijll, geportretteerd evenals de stadsklokkenist Van Balkom, wiens beurten zij zullen afwisselen, uiten hun hoogschatting van 't instrument. F. A. Hoefer geeft opmerkelijke meedeelingen over Geert van Wou met werken- en jaartallenlijst, die had kunnen vermelden dat de Kampensche maar tijdelijk Bossche meester en Gobelinus Moer in 1477 samen twee klokken voor Arnhem gemaakt hebben, BES en c, de mooiste bourdons van den beiaard aldaar en naast Tolhuus' AS de grootste. Dr. Casparie beoordeelt de boeken waarvan zooeven sprake was, huldigt Denijn, wien hij betuigingen van erkenning door al de lezers gezonden wenscht, en roept de Nederlandsche beiaardiers op tot deelneming aan den wedstrijd, die verleden jaar werd uitgesteld en nu door de Klokkenspelvereeniging zal worden gehouden, 29 Augustus in Utrecht en 30 Augustus in Den Bosch; het prospectus is er bij gevoegd.

Op de programma's, de Mechelsche zoowel als de Bossche, ziet men het al van den toren gehoorde natuurlijk in groote meerderheid weer. Toch is de repertoireverruiming niet onbelangrijk, in volksliederen en eenvoudige kunstliederen, in klavicimbel- en pianostukken en in oorspronkelijke beiaardmuziek. Het niet gearrangeerde zij genoemd. Te Mechelen speelt Denijn drie sonates, fuga, rondo van den achttiend'eeuwschen Matthias van den

Sluiten