Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

236

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

pen de jongens er mee langs de huizen en zongen er een liedje bij in den trant van:

'k Heb zoo lang met de foekepot geloopen, 'k Heb geen geld om brood te koopen, Foekepotterij, foekepotterij! Geef m'een zesthalf, dan ga ik voorbij.

Behalve op Driekoningen was de foekepot ook op vastenavond in gebruik, terwijl de jongens, die er mee liepen, veelal een mombakkes droegen en vreemd toegetakeld waren. Bredero laat in zijn Moortje een jongeling, die een zijner vrienden in een zonderlinge vermomming ziet aankomen, zeggen:

Ja wel, het is te mal; de geck is seecker sot. Hier schort niet dan een blaas of soo een rommelpot Om voor de luy 'er deur te rasen en te singhen De neske * deuntjes en de kinderlycke dinghen.

Evenals de draailier (klein draaiorgeltje), triangel en rinkelbom was de foekepot een speeltuig, dat kwalijk onder de muziekinstrumenten gerangschikt kon worden, maar eerder bij kinder- of vastenavondspelen te zoeken was. En niettemin leest men, dat bij het feest van het 200jarig bestaan van de Arnhemsche muziekvereeniging St. Caecilia zich ook twee rommelpotten, primo en secundo, lieten hooren.

Tusschen de harp en den rommelpot was een afstand als „du sublime au ridicule". De oudste soort van harp, van Syrischen oorsprong, had den vorm van een driekante lier bespannen met 8 of 9 snaren; zij werd onder den linker arm gedragen en bespeeld met de vingers of met een dun staafje (plektron). De herdersknaap David volgde de eerste manier, luidens de schriftplaats (I Samuel XIV, 23): ,,En het geschiedde als de geest Gods over Saul was, zoo nam David de harp en hij speelde met zijne hand". Het instrument nam allengs aanzienlijke afmetingen aan; het groeide tot een Davidsharp of tot een pedaalharp, waarbij men door middel van 5 tot 7 pedalen alle soorten van tonen met

*) Dwaze.

gelijke vaardigheid kon voortbrengen. Daarna kwam Erard's verbetering van de dubbelpedaalharp, gestemd in Ces-dur, die aan de harp zoowel als orkest- en als soloinstrument hare blijvende plaats in de concertzaal gaf. Ten einde de bezwaren van het ingewikkeld pedaalsysteem en de daarmee verbonden bijzondere voet-techniek op te heffen, vond men de z.g. chromatische harp uit, welke de oudere pedaalharp echter niet heeft kunnen verdringen. De versiering met beeldhouwwerk aan het boveneinde, veelal in den vorm van een gevleugelden engel, kwam reeds vroeg in zwang. Ook naar de koloniën vond het instrument zijn weg; Valentijn vermeldt, dat hij onder de zwarte speeljongens te Batavia een „heerlijk harpslager" aantrof. Voorts naar de heraldiek; een wapenstuk in emailgoud, voorstellende een engelentorso met vleugels, werd een harp genoemd. In de letterkunde sprak men van ,,de harp aan de wilgen (treurwilgen) hangen", in verband met de schriftplaats in het Boek der Psalmen; tot de populaire zegswijzen behoorde: ,,'t is een man als David, had hij maar een harp", terwijl „op de Fransche harp spelen" zooveel beteekende als geen eten hebben.

In hetzelfde Boek der Psalmen was sprake van „helklinkende cimbalen", en eveneens in het Boek Samuel (II Sam. VI, 5) waar van koning David gezegd werd dat hij voor het aangezicht des Heeren speelde" ook met schellen en met cimbalen", 't Bleef slechts de vraag of deze laatsten reeds identiek waren met de beide koperen of bronzen, in het midden gewelfde klankbekkens, gelijk ze thans in een militair of ander orkest tegen elkaar worden geslagen. Bijbelvertalers dachten hier eerder aan een soort van ratel-instrument, in het Oosten zeer algemeen, bestaande uit een ovalen ring met handvatsel, voorzien van metalen dwarsstaafjes waaraan losse ringen waren gehecht, die bij de schudding rinkelden evenals de metalen plaatjes van de rinkeltrom. In de oudheid

Sluiten