Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

240

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

tijden heen, dat wil deze Frankfortsche expositie. Historisch, ethnologisch, en dan zeer krachtig als huidige levensfactor. Het gebied is derhalve schier onbegrensd. Het oude spinet is voor den bezoeker dus even belangrijk als het meest moderne kwarttonenklavier. De oude Stradivarius moet met evenveel consideratie worden beschouwd als de hedendaagsche viool van den bouwer, die meent het probleem van Cremona te hebben opgelost. De gamelan kan op evenveel belangstelling bogen als de saxophoon. Het orkest, dat indertijd een opera van Mozart begeleidde, verdient niet minder aandacht dan de jazz-band met al haar buitenissigheden op het gebied der instrumenten. Handschriften van Bach of van Josquin des Prés, heilige documenten op muziek-historisch gebied mogen gerustelijk naast manuscripten van Schönberg, Alban Berg of Willem Pijper worden gelegd. Het zijn immers alle uitingen van muziek „im Leben der Völker".

Dat maakt deze tentoonstelling zoo buitengewoon belangrijk en omvangrijk; van een selectie mocht geen sprake wezen; zij werd algemeen en in zekeren zin ook democratisch getint. Wie de bijna honderd zalen van de groote Festhalle van de stad Frankfort a/d M. en de daaraan nauwverbonden annexen doorwandelt, zal van die algemeenheid terstond worden doordrongen. Men verlangde het representatieve, vertoond in ruime wel gesloten kasten en vitrines. Dat representatieve wordt in ruime mate geboden. Niet alleen door Duitschland, dat hier uitteraard toonaangevend moest wezen, maar gelukkig ook door vele andere landen, die aan de roepstem van het tentoonstellingscomité gereedelijk hebben gevolg gegeven en zoodoende hebben medegewerkt om de internationale bedoelingen te verwezenlijken. Daar is Frankrijk met een keurige collectie van manuscripten uit de 16e, 17e en 18e eeuw, uit de periode der romantiek met hun grooten voorvechter Hector Berlioz, een collectie van kostbaarheden uit de bibliotheek van het Con-

servatoire National de Musique uit Parijs. België doet niet onder voor zijn zuidelijke naburen en herinnert er aan, dat het Brusselsche Conservatorium eens onder leiding stond van den vermaarden Frans Gevaert, dat ook Luik figuren als Grétry en Franck in de muziekhistorie heeft opgeleverd. Polen is geprononceerd het land van Frederic Chopin en heel krachtig nog thans een terrein van heel veel kunstenaars en kunstenaressen, die op het reproductieve gebied der muziek hun sporen hebben verdiend.

Bij Hongarije denkt men onmiddellijk aan de groote beteekenis van Franz Liszt voor de eer van zijn vaderland. Italië is een afzonderlijk terrein der muziek door alle eeuwen heen met figuren als Palestrina, daarna de groote opera-componisten, die nog heden ten dage een groote rol in hun land spelen en de belangrijkheid der muzikale kunst willen doen uitkomen. Een Verdi, een Puccini, is voor den Italiaan van de twintigste eeuw op zijn minst even belangrijk als een Palestrina was voor zijn landgenoot uit diens tijd.

Sovjet-Rusland — let wel op de qualificatie Sovjet — een land dus zonder eenige historie, moest zich wel aandienen met resultaten van den allerjongsten tijd. En het wist niets beter te doen dan naast een vrij magere introductie van hetgeen op dit oogenblik geproduceerd wordt in het bijzonder de aandacht in te roepen voor de wijze waarop Beethoven in hun land wordt gevierd en geëerd. Het aantal affiches van Beethoven-uitvoeringen in Rusland beslaat bijkans een ganschen wand.

Zwitserland is slechts vertegenwoordigd door een verzameling van orgeltjes en koebellen. Engeland en de Vereenigde Staten zijn volstrekt afwezig gebleven.

Rest mij hier een en ander mede te deelen van de Nederlandsche inzending, die door een samenloop van omstandigheden laat gereed is gekomen, nochtans ondanks alle tegenspoeden een tamelijk volmaakt beeld oplevert van de voornaamste praesta-

Sluiten