Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

282

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

ziekleven in Duitschland; de kerkconcerten duren hoogstens twee uren en zijn minder talrijk dan in Frankrijk. Reeds omstreeks Paschen vervaagt het Berlijnsche muziekleven, in Londen is the season in Mei, evenals in Parijs.

Parijs en Berlijn hebben op het repertoire de klassieken gemeen; Mozart, Beethoven, Schumann, Berlioz, Wagner. In Frankrijk komen daarbij: Debussy, Dukas, Ravel en Schmitt; in Duitschland: Brahms, Bruckner, Mahler, Reger, Strauss en wellicht ook Schreker en Pfitzner.

De Russen, van de vijf novatoren af tot Strawinsky, schijnen meer thuis in Frankrijk; alleen Prokofieff wordt in Duitschland gewaardeerd. De jongeren: Alban Berg en Kurt Weil, de eerste met zijn „Worzeck", Weil met de „Protagoniste" en „Royal Palace" verschijnen ten tooneele; overigens zijn de jongeren noch in Duitschland, noch in Frankrijk in tel. Dukas, Ravel, Roussel en Schmitt verschijnen er zelden op 't programma; Franck, Chausson, Fauré, Lekeu danken er hun plaats aan Italianen en Amerikanen!

De S. I. M. C. (Société internationale pour la musique contemporaine) zal de handen vol hebben om het internationale in de muziek te realiseeren. Zij doet overigens schitterend werk. Maar was het niet wenschelijk voor de Franschen, dat zij in de juiste traditie hunne werken, speciaal die der jongeren, in Duitschland gingen uitvoeren? Duitschland stelt belang in hetgeen nieuw is.

Een paar punten zijn nog de bespreking waard. Fransche hout-instrumenten zijn meer sonoor dan Duitsche, maar Duitsche hoorns zijn wijder van embouchure; zij kwaken niet. Chromatische pauken zijn op initiatief van Vincent d'Indy naar Duitsch model in Frankrijk ingevoerd; echter men gebruikt ze niet. Tusschen de deelen van eene symphonie onderbreken de Franschen de stilte door applaus. De koren inDuitschland zingen meest mezzo-voce, zingen rus¬

tig, breed, zuiver en geschoold, kortom onberispelijk. Geheel het lyrisch theater: koren, solisten, leider en orkest, staat hooger dan het Fransche, zelfs in machinerie en verlichting; de solisten laten geen gebaar aan het toeval over; de orkestleden gehoorzamen stipt aan alle wenken van den leider. Het Fransche lyrisch theater moet nog veel leeren.

De Berlijners hebben een stads- en een staatsopera, de laatste onder de muziekdirecteuren Leo Blech en Erich Kleiber. De Fransche pers wordt er voorbeeldig ontvangen. Als men Kleiber met beslistheid Strauss' Salomé ziet dirigeeren, voelt men de woestheid van het onderwerp, den waanzin in den dans, de loodzware stilte, den angst. Als hij den „Rosenkavalier" dirigeert, die elders het dwaze effect maakt van een operette van Wagner, maar in werkelijkheid een meesterstuk is van Strauss, een lichtpunt, — zou men wenschen dat hij ook elders de echte opvatting van Richard Strauss, mits met zijn orkest, wilde doorvoeren.

Mozart is te Weenen in volle eer. Maar ook in Duitschland weet men, dat de uitvoering van een werk van Mozart volmaakt moet zijn.

Verscheidene theaters in Duitschland voerden „Cardillac" van Hindemith op; Berlijn nog niet; in Frankrijk, vooral onder de jongeren, is hij op den voorgrond getreden door zijn kamermuziek en vooral door zijn Concerto.

Alban Berg, reeds genoemd, is leerling van Schönberg; Kurt Weil is discipel van Busoni. Hunne libretti wijken evenzeer van de gebruikelijke af, als hunne hulpmiddelen: verlichting, décors, inclusief bioscoopprojecties. C. J. LUDOLPH.

IIIIIIIIIIIIIIIHII^^

Nieuw verschenen werken.

Over spraakgebreken en hunne bestrijding door Branco van Dantzig, P. NoordJioff, Groningen.

Dit werkje is wel in hoofdzaak bestemd

Sluiten