Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

„stof, iets werkelijk groots ontstond, dat „weer over de duitsche grenzen heen zijn „waarde bewees en deed kennen."

Gunnen wij den oer-germaan deze voldoening, wij bestrijden fel zijn bewering, dat „de Nederlanden toch eenmaal tot „Duitschland hebben behoord"; wij begrijpen ook niet, dat hij nog hecht aan de verdenking, dat Mozart aan vergiftiging zou zijn gestorven, evenmin dat hij in Bach's „Capriccio über die Abreise etc." een bespotting van de programmamuziek ziet.

Dit alles zijn echter bijkomstigheden. Het boek laat zich prettig lezen, bevat veel wetenswaardigs en ook van zelfstandig denken getuigende uitspraken, en zij daarom den belangstellenden warm aanbevolen.

2. Otto Girschner: Repetitorium der Musikgeschichte. — Köln a/Rh., P. J. Tonger. Prijs niet aangegeven.

Dit boek, dat in de vijfde verbeterde uitgaaf voor mij ligt, is alleen als Repetitorium bruikbaar, dus voor hem die de muziekgeschiedenis heeft doorgewerkt en nu, wanneer hij zijn geheugen opfrisschen wil, dadelijk kan naslaan hetgeen hij wenscht te weten.

Bij het doorlezen vielen mij verschillende onnauwkeurigheden op, zoo o.a. dat Mendelssohn in 1824 de Matt. passion zou hebben opgevoerd, dus toen hij 15 jaar oud was; dat Wagner Symphonien zou hebben geschreven; dat Rameau organist te Lille zou zijn geweest. Ik kon nog wel een dozijn van dergelijke onjuistheden aanhalen maar laat het hierbij, wijs echter er op dat ook slordigheden (man . . . hatten en dergel.) veelvuldig voorkomen.

Wanneer het boek aan zijn zesden druk toekomt, moet de schrijver het nog maar eens flink corrigeeren.

3. L. Ssabanejew: Geschichte dei Russischen Musik, für deutsche Leser bearbeitet, mit einem Vorwort und einen Nachtrag versehen von Oskar von Riesemann. — Leipzig: Breitkopf und Hartel. — Prijs, niet aangegeven.

Dit is een prachtig boek! Het geeft een volledig en duidelijk beeld van de opkomst der toonkunst in het groote russische rijk; ook van de ontwikkeling, de beteekenis. de persoonlijkheid van de voornaamste russische componisten.

Mijn aanteekeningen zijn overtalrijk, maar geen enkele betreft een onjuistheid of onnauwkeurigheid. Daarom neem ik ze hier maar niet over, want het ware overbodig, en ik kan volstaan met een hartelijk gemeende aanbeveling van het — ik herhaal! — prachtige boek.

Daar is iets wat mij in 't bizonder heeft getroffen: de koele objectiviteit waarmee de schrijver zich stelt tegenover zijn onderwerp; ook de onverbiddelijke zakelijkheid waarmee hij het behandelt. Maar, trots dat alles laat het boek zich lezen als een boeiend verhaal.

De bewerker moet de russische taal wel door en door kennen en haar ten volle beheerschen. Zijn vertaling lijkt een oorspronkelijk en zelfstandig opgezet stuk werk.

Twaalf, over het algemeen buitengewoon welgeslaagde foto's van de voornaamste russische componisten sieren het boek, dat met mooie letter op goed papier gedrukt is.

Een aanwinst voor de muziek-literatuur!

4. Musikalische Volksbücher, herausgegeben von Adolf Spemann und Hugo Holle Waker Harburger: Form und Ausdrucksmittel in der Musik. — Stuttgart: J. Engelhorns Nachfolger. — Prijs, niet aangegeven.

Bij het lezen van deze verhandeling, denke men steeds er aan dat hier een „Volksboek" wordt besproken.

De schrijver is een moderne van den uitersten linkervleugel; hij is ook deksels knap. Zóó knap, dat hij vari tijd tot tijd geen raad weet met zijn eigen geleerdheid. Zijn boek is met zekere hand, naar een vast en regelmatig plan geordend; hij weet wat hij wil; is een diep denker en een ge-

Sluiten