Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

fieën te zorgen had, veel uitvoeriger zijn, dan anders — binnen dezen omvang — ware mogelijk geweest.

De artikelen Ballade, Ballet (dit vooral is goed!), Cadenza, Cantate, Cantique en Carillon verdienen een bizondere vermelding; eveneens die welke handelen over: Chant, Chanson, Chanson liturgique, Chiffrage en Choral; die over Clarinette, Clavecin, Clavicorde en Clavier zijn eveneens te roemen, te meer omdat zij zéér goede, zij 't ook kleine, afbeeldingen bevatten.Verder trokken mijn aandacht Trille (zeer uitvoerig behandeld, met een aantal welgekozen notenvoorbeelden), Trombone, Trompette, en — in 't bizonder — Variations, welk artikel even goed als uitvoerig is.

In dat over Forme trof mij de uitspraak dat de vorm een tweeledigen oorsprong had: Verbe et Geste (Woord en Gebaar).

Natuurlijk vond ik ook beweringen die tegenspraak uitlokken: bij Bêlement (geblaat van schapen) staat, dat Haydn dit heeft geimiteerd in zijn Jahreszeiten. Ik betwijfel de juistheid van deze bewering, en mis het hoogst karakteristieke voorbeeld uit Don Quichote van R. Strauss. De afbeelding van den Bombardon toont een nietig althoorntje, terwijl die van Chrout en Cistre niet anders dan fantastisch kunnen worden genoemd.

Dat Berlioz niets om de Fugue gaf, dat hij haar tournait en dérision moge al (volgens de schrijfster, met wie ik het niet eens ben) blijken uit La Damnation de Faust en Béatrice et Bénédict, de inleiding van Harold en Italië en het laatste gedeelte van de Symphonie Fantastique bewijzen dat Berlioz ook in het schrijven van Fugues een meester was en er iets buitengewoons van wist te maken.

Het voorbeeld van schrijfwijs voor de harp, genomen uit de ouverture Struensee van Meyerbeer is verkeerd genoteerd in Cis; M. heeft het geschreven in Des, zooals ieder ervaren practicus begrijpen moet.

Dat de Hautbois als uiterste grens naar boven a3 bereiken kan is onjuist; de f3 uit de Jahreszeiten is wel de hoogste toon, ooit voor dat instrument geschreven. Ten slotte de Viola da (NB. niet di) Gamba hetzelfde te noemen als de Basse de Viole lijkt mij al te stoutmoedig.

Ik meende die onjuistheden te moeten noemen, maar — al is 't jammer dat zij er in staan — aan de waarde van het boek doen zij geen afbreuk; bij een volgenden druk kan dat alles worden verbeterd. Dan zou het aanbeveling verdienen ook aan Jazz, Phonola en Pianola eenige regels te wijden.

Marcel Dupré: Traité d'Improvisation a l'Orgue. Paris, Alphonse Leduc. Prix: Net 25 Francs (Suisses!).

De eerste indruk die het doorblaren van dit werk mij gaf, was — voor de zooveelste maal — welk een knapheid, ervaring en practischen zin bezitten toch de fransche muziekgeleerden-paedagogen.Het bestudeeren van het boek heeft dien indruk bevestigd, versterkt en vergroot.

De schrijver begint met er op te wijzen, dat het „improviseeren" een onmisbaar deel van de taak des organisten vormt en noemt de groote meesters die allen als improvisators hebben uitgeblonken. (Hij vergist zich wanneer hij Das Musikalische Opfer van Bach een improvisatie noemt. Bach heeft, toen Frederik de Gr. hem het thema opgaf, één Fuga daarop gefantaseerd, maar het gansche werk, zooals wij het kennen, is de vrucht van rustig overdenken en kalm uitwerken in het studeervertrek). Wie goed improviseeren wil — zegt de auteur — moet in alles wat de toonkunst betreft, goed beslagen zijn; daarom geeft hij in zijn boek nog eens een grondig overzicht van al die verschillende disciplines.

Wie goed wil orgelspelen — zegt hij ook — moet eerst een poos stevig hebben piano gestudeerd; dan alleen kan hij zijn vingers beheerschen. Om den studeerende

Sluiten