Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

106

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

langrijk document is, mag men niet! Gustav Schur heeft blijkbaar mijn opvatting gedeeld toen hij neerschreef: bij de brieven zal men enkele onbelangrijke vinden, maar het is mijn wensch en bedoeling, dat de schrijver van de toekomstige, groote, uitvoerige Wolf-biografie, al het materiaal kan verzamelen, wat hij noodig zal hebben voor zijn boek.

Tegen zulk een inzicht is moeilijk iets in te brengen. Laat ons daarom deze — toch wèl principiëele — kwestie laten rusten, en liever eens zien, wat de brieven ons, aan belangrijks en nieuws, bieden.

Ik geef, een greep doende in het vele, een voorbeeld hoe bij Wolf de stemming van het ééne uiterste naar het andere kon omslaan. Hij is in onderhandeling over de uitgaaf van liederen, met Schott, den grooten muziekuitgever te Mainz; alles loopt niet zoo vlot als Wolf gehoopt had, en nu schrijft hij aan Schur, liever te zullen „fortwursteln" dan met zulk een „Kasekramer" zaken te doen. Wanneer dan later Schott als zijn meening uitspreekt, dat bij de teksten verscheidene „nicht komponierbare" zijn (laat ons erkennen, dat de man zich daarmee danig vergaloppeerde!) rangschikt Wolf hem daarom onder de „Urrindviehern", en eindigt zijn philippica met den heerlijk-zelfbewusten zin „toen ik ze componeerde, wa~ „ren ze „komponierbar!"

Maar.... de zaken nemen een keer; Schott wordt toeschietelijker, en nu heet het dat hij den brief van Wolf „in liebenswürdiger Weise" beantwoord heeft; als dan later de heeren het over de voorwaarden eens geworden zijn, eindigt Wolf zijn relaas, met Schott (voorheen „Urrindvieh"!) een „Prachtkerl" te noemen. Later schrijft hij dat hij „nicht genug rühmliches" van hem zeggen kan.

C£ C$3

Belangrijke Data.

1 Febr. f Salomon Jadassohn 1831—1902.

2 „ * Louis Albert Bourgault-Ducoudray 1840

—1910.

fGiovanni Berluigi da Palestrina 1526— 1594.

* A. B. H. Verhey.

* Johann George Albrechtsberger 1736— 1809.

* Felix Jacob Ludwig Mendelssohn-Bartholdy 1809—1847.

5 „ * Lodewyk Mortelmans 1863.

f Ludwig Thuille 1861—1907.

6 „ f J. J. Viotta 1814—1859.

7 „ * Cornelis Dopper 1870.

8 „ * André Erneste Modeste Grétry 1742—

1813.

9 „ * Oscar Bie 1864.

10 „ f Johann Gotfried Mann 1858—1904.

12 „ * Arcangelo Corelli 1653—1713.

f Charles Louis Ambroise Thomas 1811— 1896.

fHans Guido von Bülow 1830—1894.

13 „ 4/Karl Martin Reinthaler 1822—1876.

f Wilhelm Richard Wagner 1813—1883.

14 „ f Joh. Bernardus van Bree 1801—1857.

15 „ fMichaël Iwanowitsch Glinka 1804—1857.

t Wilhelmus Smits 1869.

Vriendelijke lezeres of lezer, herstel een schromelijk redacteursverzuim, en vooral toon waardeering voor een hooggeschat medewerker: wil in de vorige datalijst, boven Wouter Hutschenruyter's boeiende meedeelingen, even bijschrijven achter 17: * Benjamin Franklin 1706—1790.

Ditmaal moge de kalender eens laten denken aan Glinka. Zijn naam is welbekend en zijn daden hebben wij vernomen. Maar herinnert zich iemand dat behalve zijn indertijd door Hutschenruyter gegeven ouverture La vie pour le Tzar iets van hem ten onzent een auditie kreeg? Bij die vraag betreuren wij weer dr. De Jong, wien twee van ons een in memoriam wijdden, waarna „Het Vaderland" verzekerde dat de voor ondank gehouden onopgemerkte begrafenis zijn wensch had vervuld. Wij zullen hem dikwijls missen. Niet enkel in causerieën over Pedrell en Lalo mochten wij bewijzen van zijn belangstelling ontvangen. Wat hier ter sprake kwam

Sluiten