Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

120

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

verzonden. Het adres van den penningmeester, den heer A. van Havezaat, is Essenburgsingel 62, Rotterdam. (Postgiro 129987.).

wumuma minimum ininiiiu n mum hm in iii imioiiiiiii i nnininni

Intermezzo. (Invallen van De oude Muziekmeester.)

[Antwoord van een ultra-modern komponist.] 1)

Ongehoord? Wel daar zeg je het ware woord! Wij willen doen, wat nog nooit werd gedaan;

Wij willen de Muze op haar kop laten staan

En of het mooi klinkt, dat komt er geen sikkepit op aan. Wij willen de menschen versteld laten staan

Zoodat iedereen roept: Hoe kan het bestaan?

Hoor me voor de liefhebberij zulke muziek

toch eens aan! Het lijkt wel of er een oproer in een ketel-

Iapperij is ontstaan, En ze mekaar met potdeksels op hun falie slaan! —

Wanneer iemand zulk een effect nog niet

kan bereiken, Mag hij zich ook nog niet als modern komponist laten kijken.

imiMmiiiimminimmmmiimimiinimimiiniiiiiiiiimmiiiiiiiiii iniiiiiiiiiiiiiiHiiHiiiHiiiiiiiiiimiiiiininiiiii

Boekbespreking.

Soms maken omstandigheden laat wat men graag vroeg had gedaan. Het komt schijnbaar vanzelf en is achteraf onverklaarbaar, of men weet nog wel eenige beletsels maar geen waarin iemand belang zou stellen. Zulk een geval heeft veroorzaakt, dat eerst nu hier iets gezegd wordt over twee door Wouter Hutschenruijter in Ph. Kruseman's uitgaaf bezorgde boeken, Fréderic Chopin en Gustav Mahler.

Zijn schets van Chopin is een vrije re-

x) Zie nummer 6, blz. 95.

productie naar Hugo Leichtentritt's bijdrage tot Heinrich Reimann's biografieënrij Berühmte Musiker. De genomen vrijheid bracht uitbreiding en inkrimping. Er is wat meer aangehaald uit meedeelingen van Liszt en Hoesick. Ook bevat (door hulp nog van wijlen dr. Scheurleer met zijn verzamelingen) het Nederlandsche werk afbeeldingen die het Duitsche niet heeft: Delacroix's forschgelijnd en onwaarschijnlijk oudachtig maar sterk boeiend portret van Chopin, een minder picturaal maar vermoedelijk zeer gelijkend, een naar Ary Scheffer, anders als bij Leichtentritt, waar Ant. Kolberg's voorstelling van den lijdende wel ook is maar kleiner en minder goed, een door George Sand geteekend benevens een niet door Leichtentritt bekend van haarzelf, een van Marcellina Czartoryska, Maria Wodzinska, Jane Sterling, een curieus krabbeltje van Chopin met plattegrond van het woningtype dat voor hem te Parijs moest worden gezocht, dan, als facsimile van zijn schrift, een Franschen completen brief (in plaats van een Poolsch fragment), verder foto's van zijn twee Parijsche monumenten. Het aantal illustraties is kleiner maar de ruil zeker niet slecht. In den tekst werd heel wat minder bijgevoegd dan weggelaten. De bekorting raakte het meest de muziekbeschouwingen, bepaaldelijk waar de Duitsche schrijver, zooals de voorrede van den bewerker het uitdrukt, schilderijen zag, maar ook wel, en zoo verviel iets belangrijkers, waar hij klanken hoorde van orkestinstrumenten; een poging die hij deed om de met een passage der f mol Fantasie geopenbaarde pianotimbreschoonheid te definieeren had eveneens behouden, liefst meteen verbeterd mogen wezen; aan zijn oppervlakkige, niets verklarende harmonievertooning is weinig verloren, meer aan zijn vermelding der studie van Schreyer.

Een vertaler moet natuurlijk in elk opzicht naar volledigheid streven. Maar wij hebben, hoezeer Leichtentritt respect ver-

Sluiten