Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

148

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

De eigentoon van de ruimte binnen een klok door

Dr. W. VAN DER ELST.

Ieder die wel eens langs den bovenrand van een fleschje geblazen heeft, weet dat hierdoor een oe-klank van bepaalde toonshoogte klinkt. Natuurlijk zal een lichaam van dezelfde inwendige vorm, maar van ander materiaal gemaakt, dezelfde toon geven. Met eenige oefening is deze toon ook anders te bepalen. Zacht tikken met de knokkel doet, na eenig opletten, de ruimte reeds trillen in de verwachte toon. Is deze veranderlijk van vorm te maken, of ook, kan men de opening varieeren in grootte, dan kan men door dit geruisch zelfs een toonladder verkrijgen. Bekend is b.v. het imiteeren van het klokkend geluid, dat bij 't ledigen van een flesch ontstaat, door bij den mond de stand te wijzigen van tong en lippen, terwijl men met de vlakke hand tegen een der wangen slaat. Een ander variant is 't volgende: nadat men in een bekertje van papier-maché van een trictrac-spel de dominosteenen heeft gedaan, kan men door het bekertje rythmisch te schudden en met de hand de opening min of meer af te sluiten, uit 't geruisch van de holte, na eenige oefening, een melodie spelen. Deze zal zelfs door onmuzikale menschen kunnen worden herkend.

Zoo is het geruisch, dat men in een schelp waarneemt, niets anders dan de versterkte toon, voortgebracht door het geruisch om ons heen, doch het is afhankelijk van de schelpvorm.

Bij grootere ruimten kan men de toon door resonantie bepalen. Om evenwel zekerheid te hebben, geen boventonen van den klinker, die men zingt, te laten resoneeren, maar den grondtoon zelf, kieze men de oe-klank en liefst met gesloten mond. Zoo kan iemand met diepe stem, soms tegen den wil van den spreker, op hinderlijke wijze een bepaalden toon doen

doorklinken in een gang of tusschen de muren van een trap. Het behoeft wel geen betoog, dat natuurkundig dit laatste zich zeer gemakkelijk laat inzien. Zoo heeft steller dezes eens nagegaan, door zich telkens te plaatsen midden tusschen de muren of tusschen grond en plafond van kleine kamers, kasten of andere ruimten, welke tonen speciaal versterkt worden. Hoe kleiner deze van afmeting waren, des te hooger de desbetreffende toon was. Het gebied waarbinnen de proeven liepen, reikte van a groot-actaaf (a-1) tot e1( dus over 13^2 octaaf. Om een enkel voorbeeld te noemen, vond hij steeds den toon a-1, als de afstand van de mond tot de wand 155 centimeter was, of de totale afstand der wanden het dubbele. In 't algemeen zal een rechthoekige ruimte aldus drie tonen kunnen versterken, afhankelijk van de drie afmetingen. Deze proef laat zich gemakkelijk uitbreiden, zoodat men omgekeerd (gesteld men is in 't donker) zeer gemakkelijk uit die resonantie-tonen de afmetingen van de ruimte zou kunnen vinden.

Komende tot de vraag, welke wel de resonantietoon van een holle ruimte is, zooals in een klok, wil ik de aanleiding meedeelen, die mij tot dit onderzoek bracht. Een van de keeren, dat ik mij bevond bij de groote c klok (deze klinkt als b-x) van den Dom beiaard, viel het mij op, dat tusschen het rumoer, dat van de straat tot mij kwam, een diepe zoem-toon tot mij doordrong, die ik aanvankelijk toeschreef aan een zich eventueel op straat bevindende kar, zooals er wel meer in Utrecht rijden, van achteren open en welker holle ruimten zich op groote afstand laten hooren. Toch bleek mijn veronderstelling niet juist. Het gezoem hield aan en bleek, toen ik mij van de klok verwijderde, te gaan verzwakken. Blijkbaar was hier de aanwezigheid der klok oorzaak tot het vormen van een toon, al was 't bepalen van zijn hoogte niet zoo gemakkelijk, daar er meer-

Sluiten