Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

221

getelijkheid kan hij daarop terugzien in zijn waarlijk niet ledig otium cum dignitate. v- W-

Daar dit blad in den zomertijd slechts éénmaal per maand verschijnt, komt het volgende wel wat laat, doch achterblijven mogen wij niet om een woordje te zeggen over: L. Adr. van Tetterode.

25 Juni werd hij 70 jaar en op 24 Juni had een comité van collega's, vrienden en leerlingen, een huldigings-feestelijkheid, in het gebouw van de Vrije Gemeente voorbereid, dat in alle opzichten als zeer geslaagd mag beschouwd worden. Er werden slechts werken van den jubilaris uitgevoerd voor: koor, orgel, viool en solozang, met als uitvoerders: het koor van de Vrije Gemeente, Mevr. Jo van IjzerVincent (sopraan), Mej. M. Honig (piano), de heer A. Verhoef (viool), terwijl orgel en directie door den heer Anton H. Tierie verzorgd werden.

Een vrij groot publiek was opgekomen om van een en ander getuige te zijn, en besef te krijgen van hetgeen v. Tetterode als komponist beteekent.

Na de uitvoering, bijgewoond door de meest bekende musici, werden een groot aantal redevoeringen gehouden, door vertegenwoordigers van verschillende officiëele lichamen op muziekgebied, waarbij de jubilaris gehuldigd werd als: toonkunstenaar in het algemeen, als komponist, als leeraar, en vooral als hoogstaand mensch.

Lambertus Adrianus van Tetterode werd 25 Juni 1858 te Amsterdam geboren en, aanvankelijk op een handelskantoor beland, werd hem zijn aanleg voor muziek bewust en begon van 1883 af zich met ijver toe te leggen op pianospel. Hij maakte gebruik van het onderwijs aan den klassikalen piano-cursus van L. J. van Loenen, waar hij tevens theoretisch onderricht genoot van G. A. Heinze.

Zijn verder maatschappelijk leven komt dan te staan in het teeken der paedagogie.

Gezocht privaat-leeraar, was (en is hij nog) leeraar aan de „particuliere Muziekschool" en „Conservatorium" van Belinfante-van Adelberg, en aan een kostschool in Hilversum. Van de oprichting af, bekleedde hij steeds een of andere bestuursfunctie bij het „Ned. Muz. Paed. Verbond", en is voorzitter van de Amsterdamsche Afd. sedert 1906.

Hij was, sedert de oprichting der examens van genoemd Verbond, steeds lid van de examencommissie, waarbij hij door zijn kennis en humaniteit steeds een mooi figuur heeft gemaakt.

Is dat lesgeven enz. een voornaam deel van zijn leven geweest, het is echter niet het voornaamste.

Boven alles moeten wij v. Tetterode waardeeren als komponist.

Hij heeft veel geschreven, maar daarom is hij geen veelschrijver, in zooverre men daaronder iets minderwaardigs verstaat.

Het opus-getal is gestegen tot 89 en daarvan zijn vele werken herdrukt moeten worden, vele zelfs tot vijf maal.

Dit is verheugend, want zijn kunst is een gezonde kunst; een kunst die geen aan-den-weg-timmeren wil, en niet zoekt naar een snobs-publiek.

In de schilderkunst is er een figuur, die maar zoo stil zijn eigen weggetje gaat, maar steeds, bij ieder nieuw werk, zuivere schoonheid geeft, ik bedoel Ed. Karsen. Welnu, mij dunkt: dat het werk van Tetterode veel overeenkomst heeft met het werk van Karsen. Immers ook bij hem vinden wij steeds zuivere schoonheid; wat hij ook maakt, het is altijd zuiver gevoeld en mooi van klank. Hij heeft het niet noodig aan het ultra-modern gedoe mede te doen; hij is in zich zelf rijk genoeg, om ook zonder dwaze toonopeenhopingen iets moois te geven. Dat hij daarin slaagt, bewees de uitvoering van eenige zijner werken op 24 Juni, en het was een verheugend feit, te kunnen vast-

Sluiten