Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

222

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

stellen: hoe groot het aantal toonkunstenaars, en liefhebbers, nog is, die gezonde kunstuitingen weten te waardeeren.

Onder zijn werken, nemen zijn klavierstukken (waarbij voor 2 piano's) een voorname plaats in, doch niet minder hoog staan zijn liederen.

Verschillende bekroningen mocht hij verwerven, b.v. in 1890, 1891, 1903, 1908, meestal door de Ned. Toonk. Ver.

Ook werken voor kamermuziek zijn door hem geschreven, zoo b.v. op. 40 „Serenade" voor: hobo, klarinet, hoorn, fagot en piano, en andere werken voor blaas- en strijkinstrumenten.

Moge hem een levensavond van rust en tevredenheid beschoren zijn, en moge hij ons nog met veel moois beschenken; er zijn nog menschen genoeg die het volop zullen waardeeren. J- H. GARMS Jr.

UHBHBffliMinniiuumnm™^

Het Praatje van de Maand.

Altijd weer kom je in dezelfde stemming uit Duitschland terug, zoo in de stemming van: hoe is het toch mogelijk? Eigenlijk gezegd druk ik me verkeerd uit; inplaats van Duitschland had ik moeten zeggen: uit het buitenland. Want of het nu Duitschland is of Oostenrijk of Frankrijk of het kleine België, overal is het hetzelfde; wie daar uit de opera komt, vraagt zich af: hoe is het mogelijk, en: waarom is bij ons alles zoo krenterig. Al onze orkesten leven voortdurend in moeilijkheden. Aan het Utrechtsche wordt nu weer een kleine subsidie van drieduizend gulden geweigerd; of het orkest te Leeuwarden er het volgend jaar nog zijn zal is zeer de vraag nu de Provinciale Staten een subsidie-toezegging van den Gemeenteraad afgekeurd hebben. En zoo is het overal van hetzelfde laken een pak. De Opera hier verkeert in een toestand van verval, die werkelijk heel bedroevend is! Ga eens in Dresden kijken, hoe daar een nieuwe Opera van Richard Strauss vertoond wordt. Maanden lang is daaraan gewerkt met de

grootst denkbare zorgvuldigheid en heusch niet omdat het een werk van Strauss gold. Voor iedere opera, die wij hier vertoonen, zei mij een van de heeren, geven wij ons de grootste moeite en dat moet ook, Wil de Opera niveau bewaren.

Denk dan eens aan zoo een troepje Italianen, die hier Maandags beginnen te studeeren om den volgenden Zaterdag de eerste uitvoering te kunnen geven; in drie, vier dagen tijds moet zoo een opera er maar inzitten. En heel gemoedereerd kijken wij ieder seizoen dan maar weer en vinden het weer mooi. Maar ... nu komt de groote maar: vraag ook niet wat men er daar ginds voor over heeft, welk een kapitaal men neerlegt voor de monteering voor zoo een opera als „Die Aegyptische Helena" en hoe men de Opera in staat stelt gedurende weken en nog eens weken alle krachten te laten wijden aan zoo een première!

Des Woensdags 6 Juni zat ik te Keulen bij het laatste concert van het 97ste Nederrijnsche Muziekfeest; die reusachtige feestzaal van het tentoonstellingsgebouw — zoo een zaal, die een vijf en dertig honderd menschen plaats biedt ■— was bezet met een groot, belangstellend publiek, dat voor drie kwart toch uit Keulenaars bestond. Een week later zat ik te Utrecht in de zaal van Tivoli; het was de tweede avond van het Zomermuziekfeest aldaar en ik verzeker u, dat het programma heel wat belangwekkender was dan dat te Keulen en dat de uitvoering, waar Cornelis zijn beste zorgen aan gegeven had, er in alle opzichten wezen mocht. En dan vond ik een zaal op zijn best voor de helft bezet; wat een verschil met de stad daarginds aan den Rijn!

Middelerwijl is de nieuwe opera van Strauss ook al te Weenen vertoond; volgens de berichten gelooft men ook daar evenmin aan een blijvend succes als te Dresden. Overigens is de eerste avond voor den bejaarden componist, die er bij-

Sluiten