Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

243

denden, die zij te verbeelden had ideëel herschapen, maar ook Haydn's Hannchen bij 't winteravondmaal van het deugdzame looze boerinnetje, dat den jonker fopte, door en door waar een allicht geen tweemaal eender voorgesteld.

Weldaden hebben wij van haar ontvangen in Purcell's, Handel's, Bach's idyllen en pastorales, deels ensembles die haar zoon, de voortreffelijke fluitist, hielp uitvoeren, of duo's met mevrouw De Haan, en in Diepenbrock's mystisch-exstatische hymnen, in ettelijke verscheidenheden, waaronder ook Nederlandsche, van liederenlyriek, en in Mahler's vierde symphonie zoo goed als in Beethoven's negende.

Men kan de schoonheidseenheid van haar geluid en zielsuiting niet ontleden. Men kan wel het essentieelste harer openbaringen aanduiden. Het is de heiligste liefde.

Toen Philipp Wolf rum zijn Weihnachtsmysterium deed hooren, was zij Maria. De lofzingende gebenedijde verrees bij haar weinige solomaten van het Magnificat, waarmee de Dante-symphonie van Liszt eindigt. Wij hebben Anania's engelaanschijn gezien, wanneer zij het in Mendelssohn's Paulus noemde. Wij kennen door haar Alleluja van Schubert's Junge Nonne de zalige devotie der uit stormnood veilig in vrede geleide.

Dank zeggen wij haar die zoo menigmaal ons gezegend heeft. Geluk wenschen wij haar die met zóóveel geluksgeheugenissen ons heeft verrijkt.

* * *

Voor tien jaren heb ik over haar in ons tijdschrift verteld met gewag van herinneringen, ook uit haar jeugd, en een fout begaan die nu nog even worde verbeterd. Niet in het toen vermelde hoekhuis aan den Velperweg heeft Aaltje Reddingius als leerlinge der Arnhemsche Middelbare school voor meisjes met haar moeder gewoond, maar in het belendende. Het is

heel onwaarschijnlijk dat men bij plaatsing van een gevelsteen zich door mijn schuld zou vergissen; toch maakt ook die geringe kans dezen kleinen dienst der waarheid minder onnoodig. Met gedenksteehen pleegt men evenwel alleen die beroemdheden te huldigen wier werk men behoudt. Maar kunnen dan voor het nageslacht geen fonogrammen iets of zelfs al veel bewaren van het verheffende waarom de tijdgenoot een der edelste kunstenaressen eert? Eenig vertrouwen in de menschheid doet toch een toekomst onmogelijk achten, die daarvoor niet ontvankelijk zou zijn.

v. W.

llllllLllllllllllUltlllinitllllilltUllll1It11l1lUlllUlllIllUlllllllllllllllll)llUlllTl!llllllllllilttlill1l)llMl]ltlLillllilllllllMlllllilllï

Muziek en Religie.

In het Oolgaardthuis te Arnhem is op 31 Aug„ 1 en 2 Sept. wederom de jaarlijksche conferentie gehouden van het Genootschap „Muziek en Religie".

De bijeenkomst werd geopend met een woord van welkom door den voorzitter, den heer Herman Rutters. Verder sprak de heer J. R. Cort v. d. Linden over „Verschil tusschen godsdienst en kunst", de heer Joh. Feitkamp over „Moderne muziek", de heer Just Havelaar over „De symboliek in de beeldende kunst". Op een der avonden werd een gezamenlijke bespreking gehouden over verschillende vormen van muziekbeoefening.

De voordrachten werden door muziek afgewisseld. O.a. werd de sonate van Pijper voor fluit en piano ten gehoore gebracht, een fragment voor fluit-solo uit Debussy's onvoltooid opus „Pan", de eerste twee deelen der sonate voor violoncel van denzelfden componist, Ravel's sonate voor viool en violoncel, v. d. Sigtenhorst Meijer's „Drie Liederen van den Nijl", liederen en aria's van J. S. Bach, een fluitconcert van Mozart ,een sonate van Anthonio Lotti.

* ★ *

Sluiten