Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

248

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

le belangrijke figuren en persoonlijkheden uit die halve eeuw geschiedenis.

Gaan we de geschiedenis der Nederlandsche St. Gregorius-Vereeniging nauwkeurig na aan de hand van het vereenigings-orgaan, het „St. GregoriusBlad", dan komen we tot de eenigszins zonderlinge ontdekking, dat de geboorte van het orgaan reeds geruimen tijd aan die van de vereeniging zelve voorafgaat. En dieper naspeurend, vinden we, dat de eigenlijke geboorte der vereeniging nog een voorgeschiedenis heeft.

Op 18 Augustus 1875 komen in het Seminarie „Hageveld" — eertijds te Voorhout, tegenwoordig te Heemstede — eenige priesters uit de vijf Nederlandsche Bisdommen ter conferentie bijeen. Een hunner hoofd-onderwerpen van bespreking vormde: „de bevordering van de Katholieke kerkmuziek in Nederland". Als een merkwaardige persoonlijkheid tijdens bedoelde conferentie trad al onmiddellijk een priester en leeraar van bedoeld Seminarie op den voorgrond, Michaël Lans geheeten. Hij toch zou weldra de aangewezen man blijken, die het zaad had uit te strooien van de Vereeniging, welke nu haar gouden bestaan mocht vieren. Hij tevens zou de geschikte man blijken, die ook als mensch den tact en het beleid bezat, de idealen tot verheffing der kerkelijke muziek te helpen verwezenlijken.

Meer dan eens formuleerde hij die idealen aldus: „maakt de toonkunst liturgisch!" Dat wil zeggen: geeft aan die muziek een zoodanig karakter, opdat zij waardig en in staat zij, de altaarhandelingen der Katholieke kerk te helpen opluisteren. Die idealen moesten volgens Lans echter ook schriftelijk vastgelegd: op Sint Caecilia, 22 November 1875, worden ze zwart op wit geplaatst en het eerste artikel van het St. Gregorius-Blad, dat op 1 Januari 1876 ging verschijnen, zou dien regelen voor alle komende tijden

een duurzaam bestaan verzekeren. Regelen, welke intusschen ook de idealen waren van alle destijds te Hageveld samengekomen priesters. De tonen van het zoo heilig uitgezongen enthousiasme bereikten al weldra het oor der Bisschoppen. Zij verleenden al spoedig hun medewerking, hetgeen voor Michaël Lans een aansporing werd, de verwezenlijking zijner spontaan geuite beginselen nog krachtiger na te streven.

„De Gregorianen zijn op den alleengoéden weg". Aldus Lans. En dan opent hij begin 1878 in het „St. Gregorius-Blad" een reeks belangrijke beschouwingen over de voordracht van de één-stemmige kerkmuziek bij uitnemendheid: het Gregoriaansch. Maar dan ook acht de ijveraar spoedig het oogenblik rijp tot de stichting der Gregorius-Vereeniging over te gaan. Op 1 Juni 1878 kondigt hij in een hoofdartikel van het St. Gregorius-Blad die stichting aan, „in navolging van den Deutschen Caecilien-Verein". Reeds een maand later verkrijgt de Nederlandsche St. Gregorius-Vereeniging de kerkelijke goedkeuring, om een kleine twintig jaren verder de Koninklijke goedkeuring te verwerven (2 Juni 1896).

Wat wel de hoofd-inhoud der Statuten was? „De bevordering van de gewijde liturgische muziek volgens den geest der kerk en met de stipte inachtneming der kerkelijke wetten." Dertig jaren lang zou Lans die beginselen krachtig helpen verwezenlijken. En bij de pen en het woord zou de stichter de compositorische daad voegen. De eerstvolgende afleveringen van het „St. Gregorius-Blad" brachten als bijlage verschillende toonzettingen van den eersten hoofdredacteur en den eersten president der Nederlandsche St. Gregorius-Vereeniging.

Het was inmiddels den toonzetter niet euvel te duiden, dat de geest nog niet van dien zuiver-kerkelijken aard was, als zijne idealen wel beoogden. Immers, Lans

Sluiten