Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

266

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

York stichtte zij in 1918 het Pius X-Instituut, een leerschool voor kerkmuziek. Zij is de eerste, die van de Pauselijke Hoogeschool voor kerkmuziek te Rome benoemd werd tot Doctor h. c.

Met zeven Amerikaansche leerlingen gaf Mevr. Ward te Utrecht een schoone uitvoering van Gregoriaansch. Een paar schoolklassen uit de Limburgsche dorpen Haelen en Horn demonstreerden hare algemeene zangmethode, welke ten opzichte van het zingen op cijfers, de vocalise-oefening voor de stemvorming, het rhythmisch oefeningen-houden in verschillende maatsoorten voor ons land niet nieuw is, doch welke wel door Mevrouw Ward uitermate consequent gegroepeerd en tot een paedagogische eenheid is gesystematiseerd. ïHutiiii^iiitHiiiii tiiiiiinttLniiiiiiiiiiiirïuiiiiiiiEiiiKiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiuiiiiiiiiir iiiiiiiiiiiii luiniiiKinitirjiinii

Boekbespreking.

De Clarinet. Haar ontstaan, ontwikkeling, bouw, acoustische verhoudingen enz., door G. Eisen aar. — Musica-Bibliotheek. — Uitgave ƒ. J. Lispet, Hilversum.

Dit boekje aan te kondigen is mij een waar genoegen!

Het zal toch — hoop ik — wat dit ééne, hier besproken en verklaarde instrument betreft, een, tot nu toe vrij algemeene, fout uit de wereld helpen; de fout, dat een instrumentalist, die dagelijks zijn speeltuig ter hand neemt, van de geschiedenis en de constructie zoo ongeveer niets afweet.

De heer Elsenaar heeft recht op onze bewondering, voor zijn veelomvattende kennis van het onderwerp, en niet minder om de manier waarop hij die kennis aan anderen weet mee te deelen.

Het vaak te spoedig toegekende praedicaat „uitmuntend", lijkt mij hier volkomen op zijn plaats.

Geen clarinettist verzuime het — zeer mooi uitgevoerde en goed geïllustreerde —■ boekje aan te schaffen, en dan . . . het met aandacht te bestudeeren.

WOUTER HUTSCHENRUYTER.

Jazz

door

WOUTER HUTSCHENRUYTER. I

Waar het den Jazz geldt, staan wij voor een „entweder-oder"! Men is een gloeiend bewonderaar en aanbidder, of men is een fel tegenstander.

De bewonderaar zegt dat wij door den Jazz een verjonging en verfrissching van de toonkunst beleven, de tegenstander vindt het aanhooren van dat geraas, hellepijn. De aanbidder beweert dat de klassieken eerst door het „verjazzen" van hun motieven en themata, door de massa begrepen, dus echt populair zullen worden; de verfoeier van zulk bedrijf meent, dat der klassieken populariteit, door eigen kracht verkregen, groot genoeg is, en vindt dat de hand die zich op zoo schennende wijs vergrijpt aan wat wij tot nu toe een heilig bezit achtten, moest worden afgehakt.

Kortom! de „pro" zegt dat Jazz is „je dat"; de „contra" noemt het een pestgezwel in het zoo subtiele weefsel van het wezen der toonkunst.

Maar ... de Jazz is er nu eenmaal, en neemt een zeer belangrijke plaats in het openbaar-maatschappelijk leven in. Daarom kan men hem niet negeeren; het schijnt zelfs gewenscht, dat hij in een solide muziektijdschrift ook eens ter sprake komt.

Die overweging heeft mij er toe gebracht mij met het verschijnsel „Jazz" nader bezig te houden; het onderstaande is het resultaat van mijn onderzoekingen. * * *

Herhaaldelijk heeft men hooren vragen: „waar komt de naam „Jazz" toch vandaan? Wat is zijn oorsprong, welke zijn beteekenis?"

Verschillende bronnen bieden verschillende antwoorden; het eene lijkt geloofwaardiger dan het andere. Mij schijnt het meest aannemelijk wat ik vond in de groote Encyclopédie de la Musique door Dela-

Sluiten