Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bescheiden uit de archieven der marine,

die wij successievelijk hebben doortrokken, de geestdrift buitengemeen groot was en men ons overal met algemeene vreugde heeft zien passeeren. Ik heb gisteren avond hier aankomende twee geemployeerdens van het Fransch gouvernement gevonden, die ik dadelijk, omdat den eenen een Franschman l) was en den andere een aan ons alle suspect voorkomende Hollander3), heb doen arresteeren en onder geleide van twee geweeze apprentifs marins en eenige matroozen naar Alkmaar heb gezonden, aan welks Commandant de Heer van Doorn 3) ik het verdere transport naar Amsterdam heb verzorgt, dat ik niet twijfel of is geëxecuteerd. Ook heb ik alle de matroozen en soldaaten, die mij successivelijk hebben ontmoet, zo veel mogelijk onder hunne eigene onderofficieren, gelast zich naar Amsterdam te begeeven en zich bij Uw hoogEd. te vervoegen, ten einde hun sort te verneemen. Ik ben door hun geinformeerd, dat meest alle matroozen *), of passen krijgen, of van zelfs wegloopen, en hun getal aan boord der scheepen over 't algemeen van 10 tot 20 man aan boord van elk schip is. Het schijnt dus dat den Admiraal VERHUELL alleen zijn vertrouwen steld in de Franschen, die weinig in getal zijn. Wij zijn alle zeer werkzaam, Admiraal, en beijveren ons om het onze eeuwige vijand moeyelijk te maaken. Het zou mij bijzonder aangenaam zijn, als ik tot dat einde nog eenige cosakken kon krijgen ten einde met hun en de hulp der Boeren, die van gantscher harten meedewerken, hun hunne situatie onverdraagelijk te maken.

Daar de Kolonel ENGELBERT 6) op zijn vertrek staat, en Uw HoogEd.Gestr. een en ander nader kan illucideeren ben

!) F. J. L. Chaudenier Dumal. 2) E. van den Heuvel.

:i) Een commandant van Alkmaar, genaamd van doorn, was er niet. Een bekend burger van dien naam was J. M. van Doorn, aannemer van het vervoer voor de versterkingen en hare bewapening aan den Helder (Hist. Ged. 1813 II. 189). Heeft Bezemer misschien in Alkmaar met hem over vervoer van benoodigdheden gehandeld en hem hooger betrekking toegekend dan hij bekleedde ? Ook de bekende archivaris van Alkmaar, de heer C W. bruinvis, kon hieromtrent geen uitsluitsel geven.

4) Van de vloot aan den Helder.

5) Konijnenberg verhaalt (bl. 493), dat Kf.mper en Scholten, onder geleide der Kozakken in Alkmaar kwamen. Dit is onjuist; toch schijnen er — behalve Teyler van Hall en Bezemer — eenige heeren te zijn medegekomen. Bezemer noemt er hier een van : de kolonel Engelbert, waarmede bedoeld zal zijn kolonel F. A. Engelbert van Bevervoorde, dien generaal krayenhoff zich als adjudant had toegevoegd, en die zal medegegaan zijn met het oog op de tegen den Helder te treffen militaire maatregelen.

Sluiten