Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3SO bescheiden uit de archieven der marine,

Lijst om zich na Amsterdam te gegceven, egter in de middag verzogte zij mijn hun van deeze laatste lijst te royeeren en teekende dus weder op de andere. Ik heb de vaartuigen na binnen doen halen, terwijl alles gestoole werd, en de grootste verwarring heerste. Het volk liep af en aan de Vaartuigen eii deed wat zij verkoozen; de officieren, misschien niet in staat zijnde die surveillance te houden, die wel had kunnen plaats hebben, moesten zij dit dus laaten welgevallen. Ik heb oogenblikkelijk al het volk vergaadert en hun afgevraagd of zij wilde dienen, dan nog schlegts drie hebben zig gepresenteert, morgen echter zullen zig nog eenige aanbieden. Ik verzoek U W.E.Gestr. mij desweegen order te geeven, hoedanig dit Engagement zal zijn, welke premiën en gagiën dezelve kunnen genieten en mij in staat te stellen dezelve te kunnen betaalen. De Luytenants auxiliaire Momma en Lampe zal ik met Twee booten, zoodra ik, voor de vorst niet zal behoeven te vreezen, naar Amsterdam zende met de geweeren en bet kruyt, dewelke ik. ten dien eynde reeds in het magazijn heb doen deponeeren. Al de waapens van de brik ,,de Ferreter" heb ik geoordeelt aan boord te laaten, grootendeels om een vaartuigje te hebben, dat dadelijk van Dienst kan zijn, wanneer U W.E.Gestr. daar over zal gelieve te disponeeren.

Het grootste gedeelte der waapens is defect. U W.E.Gestr. zal dus niet veel dienst hier van kunnen hebben.

Op de schoner „cle Knorhaan" eenige kleedingstukken hebbende bevonden, heb ik op een bon van den Capt. Commandeerende het detachement 2) een gedeelte daarvan af doen geeven, alzoo verscheiden het hoogste gebrek hier aan hadden, en de strenge koude niet konde ontbloot blijven van de zoo noodige kleeding. Ik zal bijvolgende bon aan Uw H.E.Gdstr. overleggen.

Ik zal morgen aan den Capiteyn van de nationale Garde te Hoorn teegens recue overzenden 25 geweeren en 600 patroonen, wanneer U H.E.Gestr. dezelve noodig heeft, zullen dezelve wederom teruggeven worden.

Op de werf zijn maar zeer weynig sjouwerluy dus kan Uw H.E.Gestr. oordeelen met verwerken der Vaartuigen en opzaamelen der waapens etc. het niet zeer spoedig kan gaan. Ik wenschte wel Twintig matroozen hier te hebben.

Ik heb alle officieren aangeraade zonder onderscheid zig

!j Deze lijst schijnt verloren gegaan.

2) Hiermede wordt natuurlijk het detachement van kapitein SlEBERS bedoeld, dat met hem medegekomen was.

Sluiten