Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit de pers.

411

ondervinding met duikbooten, opgedaan in alle klimaten en in alle zeeën van de wereld. Intusschen erkent hij, dat die booten zonder twijfel een grooten invloed zullen uitoefenen op technische en strategische operaties; dat de toekomst denkelijk zal medebrengen het plaats maken van den dreadnought voor den snellen pantserkruiser ; dat de bescherming van eigen koopvaart en aanval op des vijands koopvaardijschepen in de toekomst een grooter rol zullen spelen dan een landing op 's vijands kust, als die kust door onderzeeërs wordt verdedigd, maar dat argumenten, die opgaan voor speciale wateren, en toestanden niet behoeven op te gaan voor operaties op de vijf oceanen.

Bij de beoordeeling der argumenten van deze admiraals moet men nooit uit het oog verliezen dot zij spreken .over Engelands oppermacht op de wereldzee. Maar beiden zijn het roerend eens over den ver strekkenden invloed dien de onderzeeër zal hebben voor de zuivere defensie van kusten. Zoo lijnrecht, als de Heer C. W. de VISSER meent, staat de opinie van Admiraal BACON absoluut niet tegenover die van Sir Percy Scott :

De redactie van de Times (15 Juny) komt tot de conclusie dat de onderzeeër een brillant wapen is om te gebruiken in sommige beperkte areas, speciaal voor verdediging van kusten en om een „attempted raid" te verslaan. Zij, die oorlog moeten voeren in zulke areas, moeten er zich van voorzien.

De indruk van dit alles op SlJMEN is verbijsterend. Een Engelschman moge wachten op het oordeel van de Engelsche admiraliteit, in het oordeel van zijne eigene admiraliteit stelt Sijmen weinig vertrouwen, sedert haar laatste kunstproduct, dat noch vechten noch vluchten kon, onder het algemeen gejouw van zijne landgenooten in papier gesmoord is, voordat het een droppel water had gezien. Alvorens zijn geld te steken in het nieuwe product zijner admiraliteit, dat volgens Sir Percy Scott van geen en volgens Admiraal Bacon van dubieus nut is, wil hij liever eens nagaan voor welk doel zijne schepen in Indië moeten dienen, want dan eerst kan hij beoordeelen welk soort hij behoeft.

En dan is het antwoord : tegen ingezetenen van Ned.-Indië en tegen zeer sterke, eventueel uit de nieuwste schepen bestaande eskaders. Wij strijden niet meer om de heerschappij op de wereldzee : dat is afgeloopen ; doch onze marine heeft zich te bepalen tot een defensieve rol en daar wij ons niet in oorlogstijd van Holland uit van wapentuig kunnen voorzien, moeten wij in Indië alles hebben en kunnen aanmaken en repareeren wat wij voor de verdediging van dat land behoeven.

Sluiten