Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de draadlooze telegrafie.

Deze gevolktrekkingen maken het waarschijnlijk, dat de heerschende weersgesteldheid van invloed is op het draadlooze verkeer, dat een andere seinafstand verkregen wordt, naarmate tusschen twee stations zich een gebied van hooge, dan wel van lagen druk bevindt. Waarnemingen omtrent dat punt zijn niet gedaan. Wel zou men bovengenoemde proefnemingen, volgens welke overdag in alle jaargetijden slechts onderling weinig uit elkander loopende waarden gevonden worden, kunnen uitleggen, alsof de door FlSCHER aangenomen invloed van de weersgesteldheid niet bestaat. Toch is de veronderstelling van FlSCHER slechts door systematische proefnemingen te onderzoeken.

Zehnder.

Bij het verslag over zijn onderzoekingen met een geaarde luchtdraad geeft Zehnder eene verklaring van de afhankelijkheid der werkingssfeer van den stand der zon op de volgende wijze: ,,Onze overwegingen schijnen mij ook de vraag op te lossen, waarom de werkingssfeer in 't algemeen 's nachts grooter is dan overdag. Men heeft hiervoor de ionisatie van de lucht te hulp geroepen, zonder dat echter de ingestelde onderzoekingen zulks afdoende bewezen hebben. Ik geloof dat de veranderlijkheid in de brekingsverhoudingen van de atmosfeer en de aardoppervlakte de schuld draagt van de genoemde storingen. Dat in naburige luchtlagen geheel uiteenloopende voortplantingssnelheden mogelijk zijn, weten wij uit de accoustiek, uit de echo aan den rand van een bosch, uit het rollen van den donder en van het geschut. De ongelijke voortplantingssnelheid van het licht in verschillende nabijgelegen luchtlagen bewijzen ons bijv. de Fata morgana. Precies hetzelfde verschijnsel moet dus ook bij electrische golven optreden. Wanneer de zon ongelijke verwarmingen van de aardoppervlakte te voorschijn roept, wanneer luchtstroomingen, winden, regen etc. de electrische brekingscoëfficienten van de lucht en van den aardbodem veranderen, treden bij de voortplanting der electrische golven veranderingen in richting op, destemeer, naarmate de lucht en aardlagen onregelmatiger gevormd zijn. Zulke verschijnselen moeten aan den dag treden, zoowel als de voortplanting der golven slechts door de lucht alleen, als wanneer zij door de aardlagen en door de lucht gelijktijdig tot stand komt, zooals zulks bij de samenstelling van het electrische veld het waarschijnlijkst is. Die veranderingen in richting hebben wederom interferentie-verschijnselen

Sluiten