Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

722 BESCHOUWINGEN OVER DE NIEUWE DIENSTREGELING DER

zee der 2e klasse belast is met den dienst van officier van piket binnenboord, wordt door dezen officier de dienst benedendeks gedaan volgens de voorschriften voor den dienst van den officier van de week."

Dit artikel bespreekt dus een geval, dat bij de nieuwe dienstregeling dagelijks voorkomt.

In de dienstregeling zélf wordt de dienst in het benedenschip niet zóó belangrijk geacht, of hij kan door een onderofficier vervuld worden (zie „bijlage": dienst ter reede of in een haven, laatste alinea). Bovendien gaat thans deze dienst in zee om de vier uur (op de P. V. om de twee uur) op een ander over. Dit kan toch bezwaarlijk in het belang van den dienst genoemd worden.

Betwijfeld mag worden, of het wenschelijk is, dat een officier met een onderofficier over een geheel zelfden dienst rouleert.

Of de dienst in het benedenschip en de dienst van piket buitenboord op toekomstige groote schepen zóó belangrijk is, dat daarvoor een officier 24 uur aan boord moet blijven, kan m. i. op deze kleine schepen niet uitgemaakt zvorden.

Niets is meer ontmoedigend, zoowel voor den zeeofficier, onderofficier als minderen schepeling, dan aan boord te moeten blijven, terwijl de noodzakelijkheid daarvan niet aangetoond en zelfs in de bepalingen door den wetgever zélf niet ingezien wordt.

En het drukt des te zwaarder op hén, die reeds behooren tot de oudsten van hun rang, en vróéger op hetzelfde soort schepen héél anders gewend zijn geweest.

De diensten in zee der ondergeschikte officieren eener divisie zijn geregeld in de „Bijlage" onder het hoofd: „dienst in zee".

De jongere officieren der divisie zijn afwisselend belast met den dekdienst of den dienst in het benedenschip. Wat betreft den dekdienst, doen zij dus den dienst, welke tot nu toe slechts door de adelborsten ie klasse verricht werd. Dit is voor een luitenant ter zee 2e kl., vooral voor iemand met eenige anciënniteit, op déze schepen niet anders dan een onnoodige en ongewenschte achteruitgang in zelfstandigheid te noemen. Doch ook voor pasbenoemde luitenants ter zee 3e kl., bij wie leeftijden van 23 jaar geen uitzonderingen zijn, is dit een weinig bemoedigend vooruitzicht.

De noodzaak van dezen dekdienst aan boord van een toekomstig groot schip kan wederom op het thans bestaande materieel niet aangetoond worden.

De dekdienst voor een adelborst ie klasse had tot nu toe

Sluiten