Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BENADERING van getij CONSTANTEN. 727

De kolom van 8" heeft het maximum verschil bij dit voorbeeld, namelijk 4 cM.

Zeer nuttig is ook de aanwijzing om de vergissing van Smits niet te volgen. Het kappagetal van K, behoort (zie blz. 92) verbeterd te worden voor het midden van het tijdvak en met voor het begin van het tijdvak der benadering.

De methode om uit de gemiddelden der tabellen kappagetal en amplitude te berekenen, is zeer zeker interessant en schijnt me, wat bewerkingstijd betreft, naast de door bMITS nader uitgewerkte berekeningsmethode gesteld te kunnen worden. De constructiemethode Phaff leidt wel vlugger tot het doel.

Daar waar (blz. 30) K3 en S3 alsook P en K gescheiden moeten worden, treedt de evenwichtstheorie meer op den voorgrond en dit gedeelte vormt, ook volgens den Schrijver de quintessence van zijne methode. Nu herinnerde ik me' dat Dr. Van der Stok de evenwichtstheorie totaal ongeschikt achtte voor toepassing in de practijk. Ik zocht dit nog eens op in de door deze autoriteit gepubliceerde „Elementaire theorie der getijden" (Mededeelingen en verhandelingen van het Kon. Nederl. Meteorol. Instituut 1910) en vond o. a. het navolgende :

Blz. 12: „Zulk een beeld" (d. w. z. bij voldoenden tijd laten om een evenwichtstoestand te bereiken) „wijkt zoover af van werkelijkheid en mogelijkheid, dat het den naam van evenwichtstheorie, dien men daaraan gegeven heeft bezwaarlijk verdient", enz.

Blz. 15: „Door de verdeeling van het aardoppervlak in land en zee alleen, zou dus reeds eene getijbeweging overeenkomstig de evenwichtstheorie onmogelijk worden "

Nu moet ik erkennen geen bewijs te kunnen leveren, dat deze in algemeenen zin bedoelde uitspraken ook de verhoudmgscijfers tusschen de amplituden der verschillende getijden zouden gelden. De heer bruinsma verklaarde niet waarom de theoretische cijfers practisch gebruikt mogen worden en de door hem genoemde bronnen zijn hier niet tot mijne beschikking. Ik moest het onderzoek daarom verder in andere richting voortzetten.

In het genoemde geschrift van Dr. Van der Stok zijn voor 140 plaatsen in Ned. Indië getijconstanten opgegeven terwijl, wat hierbij goed te pas komt, tevens gegevens betreffende de observaties zijn vermeld. Van die 140 plaatsen zonderde ik er 41 uit, omdat de gegevens door de Hydrographie waren verstrekt en er bij dezen dienst in het algemeen slechts tijd is voor eene benadering en niet voor wat men M. i9i4_I9I5. 4S

Sluiten