Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BENADERING VAN GETIJCONSTANTEN. 733

toegepast! Op deze wijze verkrijgt men evenwel het kappagetal van de resulteerende golf R, waarop, om dat voor K, te vinden, nog een correctie rk = moet worden toegepast, waarvan het maximum 22°.2 = 1.5 uur bedraagt.

Ware de verhouding tusschen K, en P instede van 3 : 1 b.v. 3:2, dan zou het max. bedrag dezer correctie zoo groot worden, dat de oude werkwijze slechts resultaat zou opleveren, wanneer voor het gebruikte waarnemingstijdvak de toppen van Kx en P ongeveer samenvielen in dezelfde of tegengestelde richting.

Dat constructie, waarbij op het oog door soms onregelmatige uurgemiddelden een kromme getrokken moet worden en berekening volgens methode kleinste vierkanten niet hetzelfde is, blijkt wel uit de resultaten der 4 series voor het kappa-getal van O te Boeton (blz. 43 Studie) :

Constructie 2960 2970 2960 2780

Berekening 2900 2920 291° 2900

Waar deze dus bij constructie 190 uiteenloopen, is het onderlinge verschil bij berekening slechts 2°, niettegenstaande beide methoden voor dit getij principieel niet in het minst verschillen.

Dit rechtvaardigt toch zeker meer dan voldoende het misschien een weinigje meerdere werk in het laatste geval.

Ten slotte het getij N2, waarvan men de amplitude bij benadering kan schatten gelijk lj-a Ma; dit is nergens ver mis, zoodat mij dan ook het voor Warongé gegeven resultaat ten zeerste verbaast. Bij ruwe benadering kan verder het kappa-getal van N2 gelijk aan dat van M3 genomen worden.

Geenszins wil ik hiermede zeggen, dat het aanbeveling verdient genoemd getij op deze wijze te bepalen; ik wilde slechts een maatstaf aangeven, om N2 te benaderen uit M2, welk laatste getij men kan schatten uit de resultaten verkregen gedurende den eersten observatietijd. Acht men dan de grootte der amplitude van N2 van voldoend belang, dan zal het gewenscht zijn de observaties over 55 dagen uit te strekken, om N2 te kunnen bepalen.

Uit deze 55 dagen kunnen dan weer 2 series, eventueel met een overlap van eenige dagen, voor de overige getijden gevormd worden, waardoor men tevens een fraaie controle hierop verkrijgt.

Op blz. 29 mijner meergenoemde Studie is bewezen, dat „bij eenige uitgestrektheid der waarnemingsreeks de storende

Sluiten